22.4.14

loving an image

She sees
then interprets
reads her own mind first
then transfuses it to mine
forgets her own mind is the maker

this is not who I am
look closely with your eyes closed
and think again
along with my mind
I mean no harm

you mean no suffering
yet it happens
yes we suffer
and because of it
we suffer

always objectifying
we, subjects to ourselves

in silence broods a solution
but it won't be heard

we are loud living beings

19.2.14

Profijt

rakelings gepasseerd
genoegen
dreunt, draaft
...en reutelt
een laatste
rochel des doods.
Men wordt steeds wedergeboren met
slaap in de ogen.


*ooit geschreven staand achter een kassa in een ooit-boekhandel, sindsdien dwalend als vod in mijn portemonnee. Tot nu...

7.2.14

zo begin je dus geen sollicitatiebrief...



Historische ontwikkelingen kunnen altijd mooi vervat worden in een overkoepelend verhaal. Toch zijn veel ontwikkelingen die parallel aan elkaar lopen op willekeurigere wijze met elkaar verbonden dan we zouden willen denken. De industriële revolutie en wetenschappelijke ontwikkelingen hebben een parallelle ontwikkeling, maar het is de vooruitgang in de wetenschappen die de ontwikkeling van de industrie bepaalt - en de industrie bepaalt wélke ontwikkelingen worden opgepikt. De bio-industrie is er een wrang voorbeeld van. Er wordt ontzettend efficiënt, met alle moderne middelen die voorhanden zijn, ingespeeld op de vraag naar vleesproducten. Het wrange is dat er vanuit de moderne wetenschappen ook steeds meer onomstotelijke argumenten komen voor het in veel essentiële opzichten gelijkstellen van mens en dier. Hier beginnen de parallellen elkaar te ontlopen: industrie en markt stellen een verantwoorde houding vaak op de laatste plaats. De prikkel om dat te veranderen moet komen vanuit andere hoeken. Niet in de laatste plaats heeft één controlerende en bijsturende instantie hier een grote verantwoordelijkheid: de overheid. Tenminste, dat zou passend zijn binnen deze naïeve theorie.

27.12.13

verreden november

De godgloeiend gevoelige plaat

En weer
Bleef de naald
Hangen

Al dat gehang, geween en gesteun
gejammer, gebeen en gekreun
al dat huilen, snikken en ijlen
snotter eens op
jammer je buiten
want hier binnen is geen ruimte
voor jouw hypocriete traan
je krokodil met volle lever
van het zuipen uit mijn kraan

ik ben geen xenofoob
juist jij jaagt alles weg
ik hou van constructief
jij lacht, schreeuwt, hoont weer weg

voor jou mag de wereld in een hoekje
gaan huilen
en wij ons allen samen schuldig
voelen
en doorgaan doorgaan en
maar ik neem je niet aan
ik zal je weerleggen met mijn leven

24.12.13

G-station

define birth: pre/mature ejaculation

modern ideas on beauty

I can be very pretty ON A PHOTOGRAPH.
I do feel really shitty BUT I HAVE CAMOUFLAGE.

krstgdrcht


Ik geloof niet dat een doel ooit haar middelen kan heiligen. Dat betekent immers dat de middelen een heiliging nodig hebben, oftewel: dat het niet in de eigen aard aanwezig is. Heiliging is dan ook, zoals zoveel rituelen met een religieuze connotatie, een hypocriete onderneming. Iets is wat het is van zichzelf, en als iets de ware aard van een doel kan blootleggen, is het wel de verzameling aan middelen die ertoe ingezet dienen te worden. Middelen en doelen zijn in ware, niet toegedekte aard altijd in strikte harmonie met elkaar verbonden.

 

Dus als je in je zuurheid de wereld zuur benadert, ben je in harmonie. Als je anderen onrechtvaardig beoordeelt omdat je meent dat het systeem van de moderne wereld waarin je leeft jou fundamenteel onrecht aandoet, dan ben je in harmonie. Maar het lijkt me dan wel heel vruchtbaar om te kijken naar andere doelen en andere middelen, andere beginstellingen om je leven waarlijk en kritisch op te proberen te bouwen. Niemand kan zichzelf immers beter scheppen dan de mens. (En dat je je soms tot middelen moet wenden die je niet al te groots zinnen, soit, daarover struikele men niet al te hard anders komt men nergens.)

22.12.13

zak


I wanna be a couch potato. Staring at my screen with no activity to fear.
Clicking away or happily zapping along. Minding the move, remaining fat and strong.

22.11.13

slaaptekort lietanietje

ik heb een geest

springlevend

als een matras.

ik veer terug

als ik val

maar alleen dan.


ik heb je nodig

Litanie

ik heb een geest

open

als een moeras.

ik verzink mezelf erin

en trek me aan m'n haren

naar de bodem.

nóg dieper

en deze keer

zonder adem.

9.11.13

nagelaten vervolg

De kroketten in het restaurant
zijn aan de kleine kant.

De hoeveelheid poep die ik produceer
verbaast mij telkens weer.


(...)

Natuurlijk doe ik geen recht aan het hele gedicht waaruit die eerste twee regels stammen; je kunt het opzoeken en er zó de achtergrond en betekenis van vinden die de dichter er mogelijk in gelegd heeft. Maar het is wel mijn reactie op het eeuwige onvolledig aanhalen van die twee regels in het middelbaar onderwijs; sterker nog, als ik er zelf nu niet mee aan de haal was gegaan, had ik nu niet eens geweten dat Cornelis Bastiaan Vaandrager deze regels had geschreven als tweede deel van een drieluik. Ik stuur een opgeheven vinger naar al die onderwijsmethoden die deze twee regels misbruiken om de vraag "wat is poëzie?" te stellen, en terloops de werkelijkheid geweld aandoen.

4.11.13

ongelijmde mozaïekbak van archaïsch lijddenken


Bartholomeusnacht, van gruweldaden verminkt gesproken siste hij tussen half gesloten lippen de daden die zijn brein teisterden. De vonken sprongen zonder terughoudendheid tussen zijn synapsen op en neer, en zo moet het voelen om alle kwaadaardige kwellingen onder je oogleden uit te voelen glippen, de wereld in, buiten machte om terug te draaien wat al gebeurd is en buiten machte om tegen te houden wat zeker nog zal volgen. En erger nog: machteloos tegenover het actuele plaatsvinden van aandoend leed dat overal instroomt en uitkolkt en via alle verbindingen overal binnenrolt, plaatsen opeist, ze vervolgens vernietigt, en verscheurd en gebroken achterlaat. Het aanhoudend marcheren van machtsvertoningen roept een weerzin aan macht op die des te machtelozer maakt omdat slechts macht het lijkt te vermogen macht te breken; macht staat niets anders toe. Ondergraven, hoe ondergraven, waarmee, waarom eigenlijk? Om het drama, de lijdenstheaters en de treurnis resoluut en met liefde de luchtwegen te ontnemen. Een vrije adem die woekert ten koste van niets, mag dat eindelijk eens iets anders dan gebakken lucht zijn? Wordt er nog meer dan iets geschreven, iets gedaan, opgesprongen, harmonieus tegen de wind in geroepen stormen-bezwerend? Kan de rede eindelijk liefdevol zegevieren over al het zure, al het bittere, al het lethargische, zeikerige, betweterige, oervervelende, stilstaand drassige ongezond niet-stromende vaarwater der blauwkijkend oogontwijkend harenklievend zelfbevestigend drabwezen dat de ander en zichzelf laatdunkend tot onontkoombaar uitschot van het hele al bestempelt?


Het leedwezen kijkt me nog eens getergd aan en gaat dan weer de gang op, de hort in en de heg over. Ik raaskal vrolijk verder met slagzinnen die geen slagingspercentage kennen omdat ze nooit meegenomen worden in de uiteindelijke overweging. Maar toch staan ze er, en laten niet alleen mij verward en onbevredigd achter. Maar op hun beurt laten wij ze achter, onaf, onuitgesproken en zonder actie als reactie. Het raaskallen kent haar plek: buiten de samenleving, in gestichten, achter tralies en onder omheiningen door richting kelders vol niet te vergeten vergetelheid. Altijd achter en om ons heen huilt de wind haar woorden en zoeken we troost in de magie van verplaatsing en achterlaten - voor even maar zo lang mogelijk. De confrontatie gaat heus wel komen, staat eigenlijk nooit stil - verplaatst zich richting voordeur via achterlangsgangetjes en zal je altijd raken omdat je niet anders zou moeten willen, uiteindelijk. Uiteindelijk. Uiteindelijk. Uiteindelijke bezegeling van het aldoordraaiende en krommende, nooit verzwichtende altijd oplichtende en verduisterende hellen van het vlak waarlangs altijd rolt het immer verkrampte onleesbare gemeander van banentrekkerij.

Wie dit leest is gek. Hou toch op zeg.

20.10.13

herfsttij, van het kapitalime ofzoiets


Rood dwarrelt naast geel neer terwijl bruin groen streelt in het afdalende voorbijgaan.

In de herfst blijkt een veelkleurige samenleving spontaan en moeiteloos gestalte te kunnen krijgen.

Harmonieus stort alles naar beneden en rot gezamenlijk weg tot grondstof voor nieuw leven.

9.10.13

citaat vol zin

Soms voelt iemand zich onvolledig terwijl hij alleen maar jong is.







Italo Calvino, in De Gespleten Burggraaf (Il visconte Dimezzato), p.113 uit de uitgave onder mijn neus

24.9.13

Gatenkaas

Mijn kennis is een gatenkaas
hij snijdt graag plakjes
en deelt zich bescheiden uit

zijn vriend, die kan er ook wat van
't is dan ook echt 'n koekepan
deelt spiegeleieren uit als zoete broodjes

over mijn toonbank gaat de waar
en als de voorraad op is
zeggen we gewoon dat oneindigheid
maar een bedacht en overschat concept is

14.9.13

De dennen maar weer

ze zwalken en zwieren hun ramranke halzen door het hele ongekende universum
standplaatsgebondenheid
my ass

welig tierend en wroetend
plaats ik mijn ene voet maar weer
voor mijn andere

14.8.13

Open Sollicitatie

Ik ben het hoekje kleur op je palet dat vaak links ligt maar onmisbaar blijkt voor een uitgebalanceerd totaalplaatje.

Ik ben de europallet onderop de stapel: je komt er zelden mee in aanraking, maar uiteindelijk ligt de rest er toch een treetje hoger door.

Ik ben het vals plat in je koers: je eindzege stelt meer voor.

En als puntje bij paaltje komt, ben ik je nieuwe werknemer.

11.8.13

Nescio

De koele wind woei om ons heen. De zee ruischte klagend, de zee, die klaagt en weet niet waarom. De zee spoelt verdrietig aan 't land. Mijn gedachten zijn een zee, ze spoelen verdrietig aan hun grenzen.









Een nieuwe tijd zou aanbreken, nog konden wij groote dingen tot stand brengen. Ik deed mijn best 't te geloven, héél erg mijn best.






uit TITAANTJES

Nescio

Hoyer had zich voorgenomen allerlei gemeene dingen te schilderen. In een tijdschrift had-i een artikel gelezen over de sociale taak van den kunstenaar, hij was er nu achter. Hij begon een dispuut met Bekker over de hei. Het was mirakel geleerd. Hij probeerde Bekker te overtuigen, dat 't verkeerd was zich af te zonderen van de wereld en naar die hei te gaan, waar-i toch nooit naar toe zou gaan. Een kunstenaar behoort te staan midden in 't moderne leven.
    Van mij wilde Hoyer weten hoe ik er over dacht. Ik zei maar, dat ik er nooit over gedacht had. Ik begreep ook niet wat-i wilde, hij wist 't immers, waarom moest-i nu nog weten hoe ik er over dacht.
    Alleen Bavink zei niets, hij zat met z'n kin op z'n knieën en ontving de zon in z'n hart. De zon was nu zoo plat als een suikerboon en dof rood, hij was bijna weg.
    Hoyer kon er niet bij blijven zitten. Hij sprong op en nam Bekker mee. Zij wandelden langs 't strand, in de verte hoorden we Hoyer schreeuwen, blijkbaar wond-i zich op. Bavink en ik bleven nog even zitten, toen drentelden wij zachtjes achter hen aan. 't Leek me niets leuk een levensbeschouwing te hebben, Hoyer schreeuwde zoo.

uit TITAANTJES

26.7.13

Nescio

(...)Een portretje liet i mij zien; een grijnzend doodskopje, het dochtertje van een werkman uit een glasfabriek. Zeven kinderen gehad, vijf dood, het zesde stierf terwijl hij er in de kost lag, daar was dat portretje van. Daar hatti leeren kijken, gezien wat werken was. Geld uitgeven hatti altijd verdomde leuk gekund, anderen brachten 't op. Te sappel hatti zich gemaakt. Socialist had i willen worden. Voor z'n brood hatti gewerkt, voortgejaagd was i, voortgejaagd en gedrukt door menschen en de noodzakelijkheid zooals al die anderen. Nachten hatti gewerkt: om één, twee uur was i in Amsterdam van kantoor thuisgekomen en daarna hatti opgezeten, gepiekerd, gepend, heele romans hatti geschreven en de paperassen verbrand.
    Wat kon i doen? Wat bereikten ze met hun allen? Te sappel hatti zich gemaakt, gloeiende speechen, woeste artikelen hatti gefantaseerd, terwijl i op kantoor zat en werkte voor den handel van zijn baas, hard werkte en iedereen zich verwonderde over de massa's werk, die i verstouwde. De wereld was blijven draaien, draaide precies zooals altijd, zou wel blijven draaien zonder hem. Te sappel had i zich gemaakt. Hij was nu wijzer. Hij trok er zijn handen van af. Er waren kooplui genoeg en schrijvers en praters en lui die zich te sappel maakten, meer dan genoeg.
    En altijd zaten ze in angst ergens voor en hadden verdriet ergens over. Altijd waren ze bang ergens te laat te komen of van iemand een standje te krijgen, of zij kwamen niet thuis met hun tractement, of hun plee was verstopt, of ze hadden een zweertje, of hun Zondagsche pak begon te slijten, of de huur moest betaald worden; dit konden ze niet doen hierom en dàt moesten ze laten daarom. In zijn jongen tijd was i nog zoo dom niet geweest. Een sigaartje rooken, een beetje kletsen, wat rondkoekeloeren, je verheugen in het zonnetje als 't er was en in den regen als 't er niet was, en niet denken aan den dag van morgen, niets willen worden, niets te verlangen dan af en toe wat mooi weer.
    Je kon 't niet volhouden. Dat wist i wel.

uit DE UITVRETER

12.7.13

vrij vormelijk


eenduidig
kan meer zeggen
dan enkelvoud wil verbloemen:

veelvuldig en onbesproken
blijft open buiten
bereik

geen zin in voorschriften


geen zin
om iemand te beleren
of beletteren

een zin
voorgelezen uit eigen werk
wordt niet verstaan
als hun leven al omschreven is (door hen)

voorlezen uit eigen schrift
wordt niet ontcijferd
als hun hand
anders krult met lussen

om
zinnig voor te dragen uit eigen werk
moet de wil erg sterk zijn
een beetje blind voor andermens
-al is het maar een moment-
en men al enigszins voorschreven leven

dat
  is             niet
waarvoor     letters
mij           het
mooiste
toe
-
schijnen

9.6.13

men zage wel


vooral in de avond
ben ik er
maar dát zijn
mag best wat minder (sic)

men zegt immers
dat dat een mooie allegorische beschrijving is
voor achter dingen aanlopen
of tegen het einde zitten
of een laatste hand schudden
een beetje wuiven is dat eigenlijk
of een reflectief punt bereiken
met veel uitzicht naar achteren
en een mogelijkheid om dat laatste stukje voor het donker nog wat licht te maken

15.5.13

Quoting Quota going up

Quoting, or, citing, Moondog, on his 1969 album 'Moondog', the epigram prelude to Minisym #1:

the only one who knows the sums of words is just a token
is he who has a ton to tell
but must remain unspoken

4.5.13

modern commentaar


Langs de zijlijn
bewogen schimmen mee
met de gedaantewissel
van het samenspel

in een oogopslag
was alles veranderd
in een momentopname
stond naast de zijlijn het spel

dat gespeeld moest worden
door iedere onverlaat
met verlatingsangst

zij werden het veld opgedreven
met een kwast in de hand
om de zijlijn te herzien

23.4.13

de genen die

Voor al degenen die regelmatig gemakzuchtig met dat slappe riedeltje aan komen zetten over de genetische bepaaldheid van o.a. ons egoïstisch gedrag:

"As an organic system for processing information, the brain evolved to permit human beings to adapt to complex environments by acquiring new knowledge and developing new behaviour patterns, rather than adapting genetically to unstable environments through the slow process of natural selection."

Je kunt zelf de volgende stappen in deze prachtige gedachtegang naar imaginatieve hartelust invullen. Het citaat is afkomstig van S. Ryan Johansson, in 'The Brain's Software: The Natural Languages and Poetic Information Processing', gevonden in het boek(je) 'The Machine as Metaphor and Tool', ISBN 3-540-5516-0 / 0-387-55816-0.