Surfing
around, I encountered a beautiful song written and performed by Stephen
Fretwell, a musician who appears to have created more than just that one
beautiful song: at least one EP and two albums. First listening exposure
through YouTube reveals an artist with warm honesty in his voice and playing.
As I tried to locate where he's at right
now (new album? touring? other?), it appeared the last signs on the internet from
him date some years back. There are some messages of fans asking him for a sign
or an update, but it remains awfully quiet. In the meantime, I decided to do
some illegal downloading to try and get to swiftly listen to one of his albums.
When the download was almost in, but temporarily stuck, only one song was in yet, called 'Dead'. Now, I'm not a superstitious person, and I do strongly
believe coincidence is more omnipresent than our constantly structuring brains
make us believe, but I didn't like how this got back to my gut feeling. More
importantly, it feels terrible to find a beautiful musician and then get the
semblance of him having disappeared off the face of the earth. So, to make this semblance disappear, I'm on the
lookout for a sign.
24.8.14
NE(E)
knife
spoonspife
knoon
nief
poone
koofe
kine
noof
nonk
fone
noen
sekkle
kland
doon
noek
kna
n
nnnnnnnn
a
a,k
k
ka
aaa
uh
uhh
mfffff
H
14.8.14
dacht je
dat ik gestopt was?
voor wie?...
dat had je gedacht
voor niemand nie
en al helemaal niet voor mezelf
Niemand Nie is een rare naam om te dragen. Ik stel het me
voor als een onhandige schoudertas waarvan de band één schouder insnijdt en de
tas tegen je heupbot botst en schuurt met elke stap.
Om de zoveel tijd wissel je van Kant.
Om de zoveel tijd wissel je van Kant.
Op een gegeven (of liever, een door jezelf genomen) moment haal je
de band van je schouder en besluit je de tas van boven in één hand geklemd te
dragen. Natuurlijk struikel je daarna eerst even bijna over de te lange band
die zich rond je benen krult. Die prop je ook in je handpalm. Dit is even
beter, tot je hand begint te verkrampen. Je gooit uiteindelijk de hele reutemeteut
in een stinkend kanaal, en bedenkt je dat niemand nie zo'n naam ooit zou moeten
hoeven dragen. De tas blijft hangen aan de dobber van een nietsvermoedende
hengelaar.
19.7.14
1.6.14
forced lyricism
word to the
wise
water to
the sea
no
rock my
boat
shake my
cradletoss a coin
both sides are fine
equally in liberty
to choose a gamble
is luxury
shout these
words
your throat
will feel themsore from a message
a joy to hear
13.5.14
22.4.14
loving an image
She sees
then interprets
reads her own mind first
then transfuses it to mine
forgets her own mind is the maker
this is not who I am
look closely with your eyes closed
and think again
along with my mind
I mean no harm
you mean no suffering
yet it happens
yes we suffer
and because of it
we suffer
always objectifying
we, subjects to ourselves
in silence broods a solution
but it won't be heard
we are loud living beings
then interprets
reads her own mind first
then transfuses it to mine
forgets her own mind is the maker
this is not who I am
look closely with your eyes closed
and think again
along with my mind
I mean no harm
you mean no suffering
yet it happens
yes we suffer
and because of it
we suffer
always objectifying
we, subjects to ourselves
in silence broods a solution
but it won't be heard
we are loud living beings
19.2.14
Profijt
rakelings gepasseerd
genoegen
dreunt, draaft
...en reutelt
een laatste
rochel des doods.
Men wordt steeds wedergeboren met
slaap in de ogen.
*ooit geschreven staand achter een kassa in een ooit-boekhandel, sindsdien dwalend als vod in mijn portemonnee. Tot nu...
genoegen
dreunt, draaft
...en reutelt
een laatste
rochel des doods.
Men wordt steeds wedergeboren met
slaap in de ogen.
*ooit geschreven staand achter een kassa in een ooit-boekhandel, sindsdien dwalend als vod in mijn portemonnee. Tot nu...
7.2.14
zo begin je dus geen sollicitatiebrief...
Historische ontwikkelingen kunnen altijd mooi vervat worden
in een overkoepelend verhaal. Toch zijn veel ontwikkelingen die parallel aan
elkaar lopen op willekeurigere wijze met elkaar verbonden dan we zouden willen
denken. De industriële revolutie en wetenschappelijke ontwikkelingen hebben een
parallelle ontwikkeling, maar het is de vooruitgang in de wetenschappen die de
ontwikkeling van de industrie bepaalt - en de industrie bepaalt wélke
ontwikkelingen worden opgepikt. De bio-industrie is er een wrang voorbeeld van.
Er wordt ontzettend efficiënt, met alle moderne middelen die voorhanden zijn,
ingespeeld op de vraag naar vleesproducten. Het wrange is dat er vanuit de
moderne wetenschappen ook steeds meer onomstotelijke argumenten komen voor het
in veel essentiële opzichten gelijkstellen van mens en dier. Hier beginnen de
parallellen elkaar te ontlopen: industrie en markt stellen een verantwoorde
houding vaak op de laatste plaats. De prikkel om dat te veranderen moet komen
vanuit andere hoeken. Niet in de laatste plaats heeft één controlerende en
bijsturende instantie hier een grote verantwoordelijkheid: de overheid.
Tenminste, dat zou passend zijn binnen deze naïeve theorie.
27.12.13
verreden november
De godgloeiend gevoelige plaat
En weer
Bleef de naald
Hangen
Al dat gehang, geween en gesteun
gejammer, gebeen en gekreun
al dat huilen, snikken en ijlen
snotter eens op
jammer je buiten
want hier binnen is geen ruimte
voor jouw hypocriete traan
je krokodil met volle lever
van het zuipen uit mijn kraan
ik ben geen xenofoob
juist jij jaagt alles weg
ik hou van constructief
jij lacht, schreeuwt, hoont weer weg
voor jou mag de wereld in een hoekje
gaan huilen
en wij ons allen samen schuldig
voelen
en doorgaan doorgaan en
maar ik neem je niet aan
ik zal je weerleggen met mijn leven
En weer
Bleef de naald
Hangen
Al dat gehang, geween en gesteun
gejammer, gebeen en gekreun
al dat huilen, snikken en ijlen
snotter eens op
jammer je buiten
want hier binnen is geen ruimte
voor jouw hypocriete traan
je krokodil met volle lever
van het zuipen uit mijn kraan
ik ben geen xenofoob
juist jij jaagt alles weg
ik hou van constructief
jij lacht, schreeuwt, hoont weer weg
voor jou mag de wereld in een hoekje
gaan huilen
en wij ons allen samen schuldig
voelen
en doorgaan doorgaan en
maar ik neem je niet aan
ik zal je weerleggen met mijn leven
24.12.13
modern ideas on beauty
I can be very pretty ON A PHOTOGRAPH.
I do feel really shitty BUT I HAVE CAMOUFLAGE.
I do feel really shitty BUT I HAVE CAMOUFLAGE.
krstgdrcht
Ik geloof niet dat een doel ooit haar middelen kan heiligen.
Dat betekent immers dat de middelen een heiliging
nodig hebben, oftewel: dat het niet in de eigen aard aanwezig is. Heiliging
is dan ook, zoals zoveel rituelen met een religieuze connotatie, een hypocriete
onderneming. Iets is wat het is van zichzelf, en als iets de ware aard van een
doel kan blootleggen, is het wel de verzameling aan middelen die ertoe ingezet
dienen te worden. Middelen en doelen zijn in ware, niet toegedekte aard altijd
in strikte harmonie met elkaar verbonden.
Dus als je in je zuurheid de wereld zuur benadert, ben je in
harmonie. Als je anderen onrechtvaardig beoordeelt omdat je meent dat het
systeem van de moderne wereld waarin je leeft jou fundamenteel onrecht aandoet,
dan ben je in harmonie. Maar het lijkt me dan wel heel vruchtbaar om te kijken
naar andere doelen en andere middelen, andere beginstellingen om je leven
waarlijk en kritisch op te proberen te bouwen. Niemand kan zichzelf immers
beter scheppen dan de mens. (En dat je je soms tot middelen moet wenden die je
niet al te groots zinnen, soit,
daarover struikele men niet al te hard anders komt men nergens.)
22.12.13
zak
I wanna be
a couch potato. Staring at my screen with no activity to fear.
Clicking
away or happily zapping along. Minding the move, remaining fat and strong.
22.11.13
slaaptekort lietanietje
ik heb een geest
springlevend
als een matras.
ik veer terug
als ik val
maar alleen dan.
ik heb je nodig
springlevend
als een matras.
ik veer terug
als ik val
maar alleen dan.
ik heb je nodig
Litanie
ik heb een geest
open
als een moeras.
ik verzink mezelf erin
en trek me aan m'n haren
naar de bodem.
nóg dieper
en deze keer
zonder adem.
open
als een moeras.
ik verzink mezelf erin
en trek me aan m'n haren
naar de bodem.
nóg dieper
en deze keer
zonder adem.
9.11.13
nagelaten vervolg
De kroketten in het restaurant
zijn aan de kleine kant.
De hoeveelheid poep die ik produceer
verbaast mij telkens weer.
(...)
Natuurlijk doe ik geen recht aan het hele gedicht waaruit die eerste twee regels stammen; je kunt het opzoeken en er zó de achtergrond en betekenis van vinden die de dichter er mogelijk in gelegd heeft. Maar het is wel mijn reactie op het eeuwige onvolledig aanhalen van die twee regels in het middelbaar onderwijs; sterker nog, als ik er zelf nu niet mee aan de haal was gegaan, had ik nu niet eens geweten dat Cornelis Bastiaan Vaandrager deze regels had geschreven als tweede deel van een drieluik. Ik stuur een opgeheven vinger naar al die onderwijsmethoden die deze twee regels misbruiken om de vraag "wat is poëzie?" te stellen, en terloops de werkelijkheid geweld aandoen.
zijn aan de kleine kant.
De hoeveelheid poep die ik produceer
verbaast mij telkens weer.
(...)
Natuurlijk doe ik geen recht aan het hele gedicht waaruit die eerste twee regels stammen; je kunt het opzoeken en er zó de achtergrond en betekenis van vinden die de dichter er mogelijk in gelegd heeft. Maar het is wel mijn reactie op het eeuwige onvolledig aanhalen van die twee regels in het middelbaar onderwijs; sterker nog, als ik er zelf nu niet mee aan de haal was gegaan, had ik nu niet eens geweten dat Cornelis Bastiaan Vaandrager deze regels had geschreven als tweede deel van een drieluik. Ik stuur een opgeheven vinger naar al die onderwijsmethoden die deze twee regels misbruiken om de vraag "wat is poëzie?" te stellen, en terloops de werkelijkheid geweld aandoen.
4.11.13
ongelijmde mozaïekbak van archaïsch lijddenken
Bartholomeusnacht, van gruweldaden verminkt gesproken siste
hij tussen half gesloten lippen de daden die zijn brein teisterden. De vonken
sprongen zonder terughoudendheid tussen zijn synapsen op en neer, en zo moet
het voelen om alle kwaadaardige kwellingen onder je oogleden uit te voelen
glippen, de wereld in, buiten machte om terug te draaien wat al gebeurd is en
buiten machte om tegen te houden wat zeker nog zal volgen. En erger nog: machteloos
tegenover het actuele plaatsvinden van aandoend leed dat overal instroomt en
uitkolkt en via alle verbindingen overal binnenrolt, plaatsen opeist, ze
vervolgens vernietigt, en verscheurd en gebroken achterlaat. Het aanhoudend
marcheren van machtsvertoningen roept een weerzin aan macht op die des te
machtelozer maakt omdat slechts macht het lijkt te vermogen macht te breken;
macht staat niets anders toe. Ondergraven, hoe ondergraven, waarmee, waarom
eigenlijk? Om het drama, de lijdenstheaters en de treurnis resoluut en met liefde
de luchtwegen te ontnemen. Een vrije adem die woekert ten koste van niets, mag
dat eindelijk eens iets anders dan gebakken lucht zijn? Wordt er nog meer dan
iets geschreven, iets gedaan, opgesprongen, harmonieus tegen de wind in
geroepen stormen-bezwerend? Kan de rede eindelijk liefdevol zegevieren over
al het zure, al het bittere, al het lethargische, zeikerige, betweterige,
oervervelende, stilstaand drassige ongezond niet-stromende vaarwater der
blauwkijkend oogontwijkend harenklievend zelfbevestigend drabwezen dat de ander
en zichzelf laatdunkend tot onontkoombaar uitschot van het hele al bestempelt?
Het leedwezen kijkt me nog eens getergd aan en gaat dan weer de gang op, de hort in en de heg over. Ik raaskal vrolijk verder met slagzinnen die geen slagingspercentage kennen omdat ze nooit meegenomen worden in de uiteindelijke overweging. Maar toch staan ze er, en laten niet alleen mij verward en onbevredigd achter. Maar op hun beurt laten wij ze achter, onaf, onuitgesproken en zonder actie als reactie. Het raaskallen kent haar plek: buiten de samenleving, in gestichten, achter tralies en onder omheiningen door richting kelders vol niet te vergeten vergetelheid. Altijd achter en om ons heen huilt de wind haar woorden en zoeken we troost in de magie van verplaatsing en achterlaten - voor even maar zo lang mogelijk. De confrontatie gaat heus wel komen, staat eigenlijk nooit stil - verplaatst zich richting voordeur via achterlangsgangetjes en zal je altijd raken omdat je niet anders zou moeten willen, uiteindelijk. Uiteindelijk. Uiteindelijk. Uiteindelijke bezegeling van het aldoordraaiende en krommende, nooit verzwichtende altijd oplichtende en verduisterende hellen van het vlak waarlangs altijd rolt het immer verkrampte onleesbare gemeander van banentrekkerij.
Wie dit leest is gek. Hou toch op zeg.
20.10.13
herfsttij, van het kapitalime ofzoiets
Rood dwarrelt naast geel neer terwijl bruin groen streelt in
het afdalende voorbijgaan.
In de herfst blijkt een veelkleurige samenleving spontaan en
moeiteloos gestalte te kunnen krijgen.
Harmonieus stort alles naar beneden en rot gezamenlijk weg
tot grondstof voor nieuw leven.
9.10.13
citaat vol zin
Soms voelt iemand zich onvolledig terwijl hij alleen maar jong is.
Italo Calvino, in De Gespleten Burggraaf (Il visconte Dimezzato), p.113 uit de uitgave onder mijn neus
Italo Calvino, in De Gespleten Burggraaf (Il visconte Dimezzato), p.113 uit de uitgave onder mijn neus
24.9.13
Gatenkaas
Mijn kennis is een gatenkaas
hij snijdt graag plakjes
en deelt zich bescheiden uit
zijn vriend, die kan er ook wat van
't is dan ook echt 'n koekepan
deelt spiegeleieren uit als zoete broodjes
over mijn toonbank gaat de waar
en als de voorraad op is
zeggen we gewoon dat oneindigheid
maar een bedacht en overschat concept is
hij snijdt graag plakjes
en deelt zich bescheiden uit
zijn vriend, die kan er ook wat van
't is dan ook echt 'n koekepan
deelt spiegeleieren uit als zoete broodjes
over mijn toonbank gaat de waar
en als de voorraad op is
zeggen we gewoon dat oneindigheid
maar een bedacht en overschat concept is
14.9.13
De dennen maar weer
ze zwalken en zwieren hun ramranke halzen door het hele ongekende universum
standplaatsgebondenheid
my ass
welig tierend en wroetend
plaats ik mijn ene voet maar weer
voor mijn andere
standplaatsgebondenheid
my ass
welig tierend en wroetend
plaats ik mijn ene voet maar weer
voor mijn andere
14.8.13
Open Sollicitatie
Ik ben het hoekje kleur op je palet dat vaak links ligt maar onmisbaar blijkt voor een uitgebalanceerd totaalplaatje.
Ik ben de europallet onderop de stapel: je komt er zelden mee in aanraking, maar uiteindelijk ligt de rest er toch een treetje hoger door.
Ik ben het vals plat in je koers: je eindzege stelt meer voor.
En als puntje bij paaltje komt, ben ik je nieuwe werknemer.
Ik ben de europallet onderop de stapel: je komt er zelden mee in aanraking, maar uiteindelijk ligt de rest er toch een treetje hoger door.
Ik ben het vals plat in je koers: je eindzege stelt meer voor.
En als puntje bij paaltje komt, ben ik je nieuwe werknemer.
11.8.13
Nescio
De koele wind woei om ons heen. De zee ruischte klagend, de zee, die klaagt en weet niet waarom. De zee spoelt verdrietig aan 't land. Mijn gedachten zijn een zee, ze spoelen verdrietig aan hun grenzen.
Een nieuwe tijd zou aanbreken, nog konden wij groote dingen tot stand brengen. Ik deed mijn best 't te geloven, héél erg mijn best.
uit TITAANTJES
Een nieuwe tijd zou aanbreken, nog konden wij groote dingen tot stand brengen. Ik deed mijn best 't te geloven, héél erg mijn best.
uit TITAANTJES
Nescio
Hoyer had zich voorgenomen allerlei gemeene dingen te schilderen. In een tijdschrift had-i een artikel gelezen over de sociale taak van den kunstenaar, hij was er nu achter. Hij begon een dispuut met Bekker over de hei. Het was mirakel geleerd. Hij probeerde Bekker te overtuigen, dat 't verkeerd was zich af te zonderen van de wereld en naar die hei te gaan, waar-i toch nooit naar toe zou gaan. Een kunstenaar behoort te staan midden in 't moderne leven.
Van mij wilde Hoyer weten hoe ik er over dacht. Ik zei maar, dat ik er nooit over gedacht had. Ik begreep ook niet wat-i wilde, hij wist 't immers, waarom moest-i nu nog weten hoe ik er over dacht.
Alleen Bavink zei niets, hij zat met z'n kin op z'n knieën en ontving de zon in z'n hart. De zon was nu zoo plat als een suikerboon en dof rood, hij was bijna weg.
Hoyer kon er niet bij blijven zitten. Hij sprong op en nam Bekker mee. Zij wandelden langs 't strand, in de verte hoorden we Hoyer schreeuwen, blijkbaar wond-i zich op. Bavink en ik bleven nog even zitten, toen drentelden wij zachtjes achter hen aan. 't Leek me niets leuk een levensbeschouwing te hebben, Hoyer schreeuwde zoo.
uit TITAANTJES
4.8.13
26.7.13
Nescio
(...)Een portretje liet i mij zien; een grijnzend doodskopje, het dochtertje van een werkman uit een glasfabriek. Zeven kinderen gehad, vijf dood, het zesde stierf terwijl hij er in de kost lag, daar was dat portretje van. Daar hatti leeren kijken, gezien wat werken was. Geld uitgeven hatti altijd verdomde leuk gekund, anderen brachten 't op. Te sappel hatti zich gemaakt. Socialist had i willen worden. Voor z'n brood hatti gewerkt, voortgejaagd was i, voortgejaagd en gedrukt door menschen en de noodzakelijkheid zooals al die anderen. Nachten hatti gewerkt: om één, twee uur was i in Amsterdam van kantoor thuisgekomen en daarna hatti opgezeten, gepiekerd, gepend, heele romans hatti geschreven en de paperassen verbrand.
Wat kon i doen? Wat bereikten ze met hun allen? Te sappel hatti zich gemaakt, gloeiende speechen, woeste artikelen hatti gefantaseerd, terwijl i op kantoor zat en werkte voor den handel van zijn baas, hard werkte en iedereen zich verwonderde over de massa's werk, die i verstouwde. De wereld was blijven draaien, draaide precies zooals altijd, zou wel blijven draaien zonder hem. Te sappel had i zich gemaakt. Hij was nu wijzer. Hij trok er zijn handen van af. Er waren kooplui genoeg en schrijvers en praters en lui die zich te sappel maakten, meer dan genoeg.
En altijd zaten ze in angst ergens voor en hadden verdriet ergens over. Altijd waren ze bang ergens te laat te komen of van iemand een standje te krijgen, of zij kwamen niet thuis met hun tractement, of hun plee was verstopt, of ze hadden een zweertje, of hun Zondagsche pak begon te slijten, of de huur moest betaald worden; dit konden ze niet doen hierom en dàt moesten ze laten daarom. In zijn jongen tijd was i nog zoo dom niet geweest. Een sigaartje rooken, een beetje kletsen, wat rondkoekeloeren, je verheugen in het zonnetje als 't er was en in den regen als 't er niet was, en niet denken aan den dag van morgen, niets willen worden, niets te verlangen dan af en toe wat mooi weer.
Je kon 't niet volhouden. Dat wist i wel.
uit DE UITVRETER
Subscribe to:
Posts (Atom)

