18.4.26

Grass

    UITEINDELIJK
 
Mannen, die met heroïsche blik
tot het uiterste gaan,
altijd al tot het uiterste gingen;
mannen, die niet zo maar een doel - misschien wel haalbaar -
nee, die het einddoel - het duizendjarige rijk -
achter massagraven voor ogen hebben;
mannen, die voor alle historische tegenslagen
maar één remedie zien: de zegenrijke finale
op grondig verschroeide aarde;
mannen die weer eens uit zorg voor het heil van de natie,
als enkel vernietiging technisch uitvoerbaar blijkt,
de nieuwe tijd bevelen,
ferm en koeltjes bevolen hebben;
mannen met visie,
moeiteloos roem vergarend,
koene extatische mannen,
die niemand, ook moeder de vrouw niet
heeft kunnen stoppen,
hooggestemd hun ideeën, maar daden laag bij de grond:
wanneer is het uit met ze eindelijk?
 
 
uit: Günter Grass, Der Butt (Roman), 1977 (Nederlandse vertaling van Peter Kaaij, 1981) 

17.4.26

Dit is mijn werk

 Een stevig aangeschoten man geeft me een knuffel. Hij maakt zich van me los en roept "Versace!" Hij geeft aan dat hij me een luchtje op gaat doen, snelt naar binnen. Het kan zijn dat hij mijn jas vond stinken. (En eerlijk is eerlijk: misschien ruikt 'ie ook wel een beetje naar natte hond.) Hij komt terug naar buiten en wil het parfum het liefst royaal over mij aanbrengen. Ik probeer beleefd af te houden, maar ontkom niet aan een proeve op mijn pols. De rest van de avond word ik hier actief aan herinnerd bij iedere beweging van mijn rechterarm ook maar enigszins richting mijn reukorgaan.