28.1.21

nothing ever changes

things change, always

but never differently, because nothing ever is the same

so do not hope

nothing ever really changes


nothing never changes, not really

nothing is not really a change, ever

nothing is not really, ever

change is ever, really

reality is change, always

change never happens, really

everything is change, in time

we are never out of time

our time is always now

do not think about the future

do the future, now

think about it

gistig

 (gisting, goesting, geestig, giftig)


Hij ging naar de daklozen om ze brood te leren bakken.

Het moeilijkste voor mij, zei hij, was mijn handen vol overgave in die kleverige massa te steken en te gaan kneden. Maar dat zal voor jullie geen probleem zijn, zei hij, gezien jullie de goot al gewend zijn, zei hij, in een poging een grap te maken.

Doodse stilte.


Hij ging dan maar weer weg om zich over zijn boek te buigen, dat ook maar niet wilde gaan bestaan.

23.1.21

de gekooide kat en de open zee

 ver weg van alle rumoer dat leven is
bleek ook leven te zijn, stil, knagend
prooiloerend, navelplukkend, denkend over snaarentropie
zelfverslindend in een gouden kooi, aangesloten op het riool

zo eindigend, alsnog, in eigen verongelijk
weggedreven van de straten, nagistend toch tot elkaar gekomen

23.12.20

agenda



Ik heb teveel agenda.

Thuis op de bank staar ik naar wat ik wil, moet, doen kan.
Tegelijkertijd krioelt de wereld van geluiden die ik nauwelijks hoor.
Door niets te willen, al is het maar even,
en daar vrede mee te hebben, al is het maar even,
kun je wellicht echt leren luisteren.

Wij moeten onze agenda's verbannen en boeken lezen.™
Wat moet, kan en gewild mag worden, komt dan vanzelf tot ons - wij moeten onszelf daar niet aan hoeven herinneren.




™ "boeken lezen" is een metafoor of een pars pro toto - kies zelf.

16.12.20

Gezond Verstand

ik begeef mij liever niet tussen
mensen
die met droge ogen kunnen
  • beargumenteren waarom xenofobie menselijk en dus ok is
meer woorden
maak ik liever niet vuil
 
tussen lui die mennen, opjutten, schermen
en dan zeggen waarheid en informatievrijheid voor te staan

meer woorden
maak ik liever niet vuil

15.11.20

waiting for the other shoe to drop

 (this experience is mostly not a waiting experience, as we anxiously await what life brings us and often are in fear for the moment it stops bringing us more life.)


when you dropped your first shoe
this means you lost something, coming into being
which means being is not the total sum
when being is not all there is, but there is more to it, this means we also cannot plainly speak of not-being, as we cannot properly define "not" as there is no contrasting "not-not" as an absolute.
we beg to know what it was like before the first shoe was dropped. but can we?

when you drop your other shoe
you lost two shoes.
you are completely bare-footed.
you could realise this has always been the case: you didn't have any shoes to drop.
but still, you did. there is a surplus.
but...wasn't the surplus outside of being? how come, then, that the surplus now also seems to have been this "being"?
anyway, you cannot realise any of this the way you might imagine, as you have stopped being.

 

*listening to Rick Deitrick's 'Gentle Wilderness' while reading his "still strumming, waiting for the other shoe to drop." comment brought this about.

27.10.20

think dust

 Glenn Gould on art, 1962 quote:

"The justification of art is the internal combustion it ignites in the hearts of men and not its shallow, externalized, public manifestations. The purpose of art is not the release of a momentary ejection of adrenaline but is, rather, the gradual, lifelong construction of a state of wonder and serenity."

13.8.20

Roald

 Roald was geboren voor de tussen-n.

9.6.20

hij praatte tegen zijn muur

Hij praatte tegen zijn muur, al leek die zinloos in ondoorgrondelijkheid. Raampjes bleven raampjes, en bestonden omdat er een muur was. Hij zei dingen als


Wat als deze ik, die steeds struikelt, het niet verdient zo dicht bij jou te mogen zijn dat hij je mag kwetsen? Hij weet wat pijn doet, kan zichzelf daarin verdragen zo lijkt, zonder te accepteren dat hij onwillend en wetend die pijn herhaalt. Maar hoewel jij aangeeft hem te kunnen accepteren, kun je hem ook verdragen? Nee, niet kunnen: hoeven. Je hoeft hem niet te verdragen. Dat wel doen is jouw keuze, en ik begrijp het als keuzes opnieuw gemaakt worden. Dat is mijn onwillige keuze.


maar veranderde dat iets aan de muur? Wie was hij ten opzichte van die muur? Wie was toch dat onveranderlijke vlak waaraan hij niet kon ontkomen? Was hij getrouwd met zijn eigen eeuwigheid, gebonden tot aan de dood? Kon hij nooit eens langer loskomen dan even turen door een raam en zich verwonderen? Kon die muur niet gewoon eens wat vaker en langer, permanent, zijn rug op?

19.5.20

Losse eindjes


We beginnen gesprekken en ronden ze nooit af.

29.3.20

wij proberen

wij proberen te omkaderen
       maar de dingen blijven
                             schuiven

rechtlijnig blijven wij
   vrijheid in definities
                        gieten

en wij weten dit, soms
    maar het verlaat ons
                        continu

daarom: blijf
    naar buiten
             kijken

20.2.20

zijnde/iets

het is
niet erg
om te zijn
wie je bent

als je bent
is het wel
en nooit
niet

ben
blijf zijn
besta zolang je kunt
, ten volste

het is
goed
zo

20.1.20

Leven


Voor de pauze

Dit denk ik nu: je hebt mogelijk alleen verantwoordelijkheid voor jezelf en degenen die je hebt voortgebracht. En misschien ook dat niet. Maar wat nu zo is, is dat je bestaat. Als je besluit te bestaan, is het een gebod aan jezelf om te zijn. Je kunt niet half zijn. Daarom moet je ten volle bestaan. Wat betekent dat? Dat betekent dat je probeert elke kans om zo volledig mogelijk te zijn aan te grijpen. Maar je bent nooit alleen. Het betekent daarom ook dat je anderen laat zien wat bestaan volgens jou is. Dit doe je doordat je altijd zichtbaar bent - je hoeft niets te benadrukken, hoewel je je daarin vrij kunt voelen.

Je kunt je niet verschuilen voor de ander. En als je iets laat zien, beïnvloed je altijd de ander. Maar je hebt geen invloed op wat je invloed precies is. Nooit. Ook niet op je kind. Maar, zoals met je kind, probeer je ook zonder kind, omdat je bestaat, ten volle het bestaan te zijn. Je kunt immers niet anders. Bestaan is steeds opnieuw proberen je nietigheid te vergeten, te negeren, te vergeten erbij na te denken of het belang heeft wat je doet, of het zin heeft, of het ergens komt, maar tegen dat alles in vol in je leven voort te stappen. Dat is je enige optie om het onverdraaglijk(e) licht te maken. En ben eerlijk. Altijd eerlijk. En laat anderen zichzelf bepalen. Jij kunt niets voor ze doen dan te zijn. Ook voor je kind niet. Ben er.


Na de pauze

De wereld is heel groot. Jij bent heel klein. Ik ben heel klein. Eigenlijk is alles heel klein. Alles bij elkaar genomen, dat is het enige wat groot is. De rest, elk deel, is klein. Nietig klein. Wij zijn nietig. Daarom zijn wij licht. En ondraaglijk. En licht. (Het blijft een prachtige boektitel.) Wij hoeven niet alles te begrijpen. We mogen het wel willen. Daarin zijn we vrij. We zijn vrij om in onze nietigheid te genieten van alles. Om dit genieten voelbaar te maken voor de wereld. Dit is wat ik mee wil geven: dat wij klein zijn, en de wereld groot, en dat dat mooi is. Het is wat het is. En omdat het dat is, en niet anders, kies ik ervoor dat het mooi is. Ik maak het mooi, ik dwing het af op de knieën tot mooi - zelfs al kan ik niets op de knieën dwingen. Het maakt niets uit. Het is. Ik ben. Jij bent. We zijn nooit alleen, en daarom is alles mooi. Daar kies ik voor, soms tegen beter weten ingaand omdat beter weten ook niet zaligmakend is. Dat wil ik meegeven. Ook dat. En nog zoveel meer. Ik wil zoveel zijn. Ten volste.

13.11.19

duurt lang

Flard van een gesprek tussen drie jonge mannen op de fiets:

"We moeten gewoon allemaal onze bek houden. Óf we vertellen de waarheid..."

"Nee, waarom zouden we..."

12.3.19

nog geen titel

Een romance

tussen de vingers door bekeken, een romance
spleetjes waardoor je blikt naar begeerte
wijzen priemen prikken duwen
aanzwellend inhouden

stoten
trekken
omlaag terwijl je omhoog kijkt
van ver terwijl je erin wil
niet weten waar te beginnen
of waar het eindigt

niet willen eindigen
willen eindigen, euforisch

ergens aan willen beginnen
toch juist vasthouden erin blijven
rekken inademen

wanneer dan toch van tussen de vingers
welterusten wordt gefluisterd
en de romance alleen nog uit de vingers vloeit
een zucht

15.2.19

We gaan weer.

We duikelen van volle zinnen in flarden:
van proza naar poëzie
en het is allemaal non-fictie, het is het binnenste overal aanwezig, buiten

Zo hadden we grip, meenden te begrijpen, bezagen en beoordeelden, wisten onze plaats of het gebrek daaraan,
nu twijfelen we weer terecht aan alles en besluiten:
We gaan die scheidslijn niet meer hanteren,
niet meer zeggen: hier is dit, daar ben jij, ik ben ik
wellicht komen we elkaar nog eens vaker tegen

als we niemand tegen ons aan voelen blijven komen gaan we dood
zonder buiten geen binnen
geen scheidslijnen meer verzinnen
die we niet vol kunnen houden
geen poging meer ons groot te houden
gewoon alles eruit
en buiten? buiten mag blijven bestaan, bedolven onder ons
buiten zal altijd blijven bestaan, buiten ons
wij kunnen niet buiten ons buiten
wij zijn alleen maar buiten
en voelen toch alleen maar binnen, overal
daarom: geen scheidslijnen meer uit onze duimen zuigen
laat de duimen nuttige dingen doen
laat de vingers duwen tegen andere vingers
laat de oren hangen naar andere oren, duwen, overlooptrechters van elkaars zang
overlooptrechters van jou naar mij en van mij naar jou en weer terug
steeds door mezelf zie ik jou en jou en jou
we zien en voelen en horen en we zijn zo visueel dat we niet bemerken
dat we niet alles kunnen zien maar dat we moeten voelen
om te kunnen zien
het zit dieper tussen onze oren,
we moeten naar beneden reiken met ons hele wezen

En dan komen er misschien weer hele zinnen boven drijven, langzaam maar met iets dat aan zekerheid lijkt te grenzen. We kunnen ons weer wankel op onze benen verwoorden, verwonderen, bedenken dat we ook gewoon
verder kunnen gaan

na een stilte, twijfelen,
ook dat is geluid, ook dat is iets

We zijn alleen maar in iets en met iets, nooit niets, het niets ligt buiten ons, dit wat buiten ons ligt is wat ons ook iets maakt, maar toch maakt dat het niet iets van ons. Een randbepaling, hooguit, hooguit. Hooguit. We zijn gegrepen door randen. Het is ons hele wezen. Steeds worden we er op teruggeworpen. Daarna lopen we er even van weg, tot er weer horizon verschijnt. Zonder horizon is er geen landschap, zo hebben we onszelf geleerd. Wil men niet met een horizon leven, dan laat men de dood volledig toe in het leven. Dit blijkt niet mogelijk. Men verdwijnt als onmogelijkheid buiten mijn gezichtsveld. Men is niet wat ik zoek. Ik zoek.

7.2.19

Träumerei 2

Mats Eilertsen Trio - Paradox

Meteen in de body van het verhaal
Van links naar rechts zijn Harmen Fraanje achter de piano, Mats Eilertsen aan de contrabas en Thomas Strønen tussen zijn drumstel en percussiviteiten bezig het besef van ruimte en tijd te doen vervagen en tegelijk scherper dan ooit het gevoel van bestaan op te wekken en te doen groeien. Ik ben weer eens alleen naar een concert. Mats Eilertsen masseert zijn instrument tot volle wasdom, Harmen Fraanje drukt en laat zijn vingers met gevoel naar de juiste plekken glijden en Thomas Strønen streelt en deelt liefdevol felle tikken uit die geen pijn doen maar wel een "ah!" ontlokken aan de zaal.

Wat gebeurt hier? Er zijn drie mensen aan het praten, ze praten tegelijk, ze praten door elkaar. Maar ze luisteren tegelijk, ze luisteren door elkaar naar elkaar, ze doen dit terwijl ze praten, en wat ze zeggen is wat ze horen, en wat ze horen, zeggen ze in hun eigen woorden naar de anderen. Het is meteen, het is met vertraging, het is soms al vooraf, want ze weten van elkaar wat ze het liefste zeggen op welke momenten. Ze kennen elkaar (en toch verrassen ze elkaar, en verheugen ze zich op elkaars woorden). Ze fluisteren, delen blikken door wimpers, grijnzen tot aan de oren. Ze vertellen allemaal hun eigen verhaal maar het is meteen ook hun gezamenlijke verhaal. Je zit op een stoel in de zaal, kunt luisteren en overal tegelijk zijn. Terwijl je je verwondert over de woorden van Harmen, word je opgeslokt door het hypnotiserende epos dat Mats je schenkt en raakt Thomas je precies op de juiste momenten aan door een accentuering of door even een volledig ander pad te kiezen om op door te fluisteren, oreren en prevelen.

En weet je wat het mooie was? Er werd op deze momenten geen woord gesproken. De klanktaal was heer en meester en dame en meesteres en man en meisje en vrouw en jongen en kind en junior, senior, tijdloos, geslachtsloos, maar nooit neutraal. Hier overstroomde passie de zaal en nam haar mee, werd het podium de muze voor het leven van de luisteraar. De lyrische romantiek, sutbiele ritmiek en felle emotie van Harmen Fraanje, bij Mats Eilertsen wederom de lyriek, samen met een gevoel voor groove, minimalisme en uitbundigheid waarbij de contrabas van top tot teen werd ingezet, en de ascetische Thomas Strønen met stokjes, kwasten en nog meer stokjes die rinkelde, gleed, roffelde en vloog, zweefde, stuiterde, opdreef en suste: hier was virtuositeit een wapen in de meest capabele handen: handen die liefde kennen en niet bang zijn op een podium volledig open te vouwen en ieder mens tot meer mens te maken.

Epiloog
En dan loop ik weer naar huis met in mijn jaszak twee albums om thuis na en na en na te kunnen genieten. Ik gaf Mats Eilertsen een hand en bemerkte dat hij, meer nog dan de contrabassist die alles deed met zijn instrument en dan nog een beetje, een warm mens was. Toen nam ik de albums. Nu loop ik. Ik zie een man in een hoekje buiten de regen rommelen met schamel bezit in een plastic tas en had gewild dat ik hem mee had kunnen nemen naar dit concert, naar het gevoel van dit concert.

18.11.18

Een woord

Een woord is zo strikt als haar of zijn context.

Context is één woord, maar nooit hetzelfde.

Een ander woord gebruiken om in een andere context nauwkeuriger te verwijzen naar een eerder gebruikt woord: een mooi streven en beter dan de opgelegde eenduidigheid van het academisch herkauwde zogenaamd duidelijke gedefinieerde woord, gevangen in de schijnwereld van een traditie.

23.9.18

Ik sluit (dit)

In mijn huis groeien de demonen tegen de muren omhoog terwijl ik weet dat ik mezelf en mijn huis levend verbrand als ik mijn lippen sper. Liever nog het vuur waaraan ik nooit zal kunnen ontsnappen, dat mij nu al verteert in de complete duisternis van mijn woning. Ik kies mijn woorden zorgvuldig, opdat ik er niet op aangesproken zal worden op zo'n wijze dat ik mij in het gevaar begeef. Met deze afbakening kies ik opnieuw voor een muur. De mogelijkheid tot een open bestaan die ik mijzelf voorhield is onmogelijk gebleken. Ik brand al. Als ik schrijf, zal dat elders zijn.

14.9.18

Ik ben koud en verward en zoek verlichting onder de zon en bij andere warmtebronnen.

- De mens

10.8.18

Een verduidelijking

Op 5 februari begon ik dingen te zeggen als "Ik moet willen zijn om meer dan het zijn." Ik zou dat gaan verduidelijken. Op 23 februari zei ik dingen als "Een wil die niet kenbaar is naar de wereld buiten je eigen binnenvet, is dat een gevormde wil? Ik denk het niet." Niet alleen niet direct een verduidelijking, maar ik ben het er allemaal denk ik ook niet zo mee eens.

Dus ik zal mezelf niet alleen verduidelijken, ik zal mezelf ook tegenspreken. Contrasten werken ook vaak verduidelijkend. Iets duiden is al het andere proberen níét te duiden. Natuurlijk is dit strikt genomen onmogelijk. Toch doen wij dit met taal steeds - of denken wij dit te doen.

De enige wil is de wil tot zijn. Dit ten volste willen zijn, dit zijn, is het enige en het hoogste dat je van jezelf kunt eisen. Hier kunnen wij niet voorbij, en jezelf voorhouden dat je meer dan dit moet willen, is jezelf voor de gek houden. Soms levert dat mooie resultaten op, maar laten we elkaar en onszelf vooral zo min mogelijk voor de gek houden.

En wat maakt het voor mij het uiteindelijk voor verschil of mijn wil kenbaar is gemaakt naar de buitenwereld? Als mijn wil gevormd is, zal dat altijd in samenspel met de buitenwereld zijn. Dus ik hoef me niet druk te maken over het kenbaar maken. Ik bén immers in de buitenwereld, en nergens anders dan daar. Natuurlijk is het zo, dat hoe gevormder mijn wil, mijn drang tot zijn en mijn uitingen daarover, daarin en daartoe zijn, hoe groter de kans is dat er meer kenbaar en gekend is buiten mijn zelf. Maar dat is iets wat volgt, niet iets wat men na moet of kan streven. Nogmaals: laten we elkaar vooral zo min mogelijk voor de gek houden.

Momentopname

Bedachtzaam
             afzien van
          uitstellen
                 heroverwegen

Behoedzaam (behoudzaam?)
       voorzichtig
  weifelend, twijfelend, aarzelend

Mistige kop
     Helder on-weten
Rusteloosheid, scherpte uit beeld
    Gebrek aan focus
  Waar-achtig - geen flauw idee

Stilte en afzien van
Doormodderen en afzien van
  Niks doen én afzien van
Veel geslenter, weinig meters
       Géén meters meer?

2.7.18

Fragmenten b



En van de overkant van de straat scheen het hem toe dat er ook nog iemand wakker was.



Ik zal nooit arriveren zolang ik steeds maar beetje bij beetje aankom.



Het was zaak vooral te blijven typen. Het leven was pure bluf. Bluf en voortgang: zielsverwanten.



Zij prikte hem lek en hij liet dat toe. Maar onder ogen zien die consequenties, ho maar.



De mug, het is altijd de mug die tot inspiratie aanzet. Pure fictie, als een bult op zijn rug torste hij zijn fantasie met zich mee. Jeuk en krabben. Zonder krabben vergat je soms de jeuk.



Ik ben een waardeloze (vrij naar Van Ostaijen) dichter, denk ik. En dat denken van me, dat is ook knap vervelend. Maar ik vermaak me, en dat is wat telt. Wat telt, is het genot. We moeten ons doen en laten niet overschatten. Vrij van oordeel bevraag ik mezelf en betrek er soms ongevraagd mijn omgeving bij.

1.7.18

En wereld zijn

  ik wil zijn
alle blad
in toppen
- zonder vat wind,
ruisend


blad draait, schiet, wentelt
licht, lichtend, steeds daartussen

een spel een samen
een idee een wereld
  zijn wat ik zie
alleen dat
 
   blik verliezen
in beeld

18.6.18

nog een streek

Daar ergens in het landschap rijdt de bus. Ik kan het landschap niet zien. Ik kan de bus niet zien. Ik sta bij een halte. Een verlaten halte. Er is een kerk, er zijn huizen, straten, auto's, lichten, en ik ben bij de halte. Er is veel, maar toch is er leegte bij de halte, bij mezelf. Ik zweef tussen mijn afscheid en in afwachting van de bus. De bus is in het landschap. De straten ontnemen mij het zicht op het landschap. Ik romantiseer het landschap. Een gloed van ondergaande zon, een bus die verschijnt aan de horizon. De kegels van de koplampen groeien groter dan de zon. Mijn bus arriveert. Mijn bus is in gedachten groter dan zij ooit zal kunnen zijn. Het is symboliek die me overeind houdt. Zonder de bus als meer te zien dan zij is, zou de reis een lijdensweg worden. En dan maak ik een stap: ik moet hieruit concluderen dat ik een andere reis moet gaan maken. Mijn reis mag geen lijdensweg zijn als ik haar zie voor wat zij is. Dingen moeten goed genoeg zijn zoals ze zijn. Zij moeten zijn wat zij zijn en wij moeten ze zien zoals ze zijn. Niet goed genoeg, maar meer én minder dan dat: precies dat, wat zij zijn. En wat wij zijn: wij zijn daar bij en daar tussen. En wij zijn dat samen. Dus als ik fantaseer over de bus in het landschap, ben ik dat. Ik mag accepteren dat ik romantiseer. Ik mag accepteren dat ik hang aan symboliek. Ik mag mezelf accepteren én ik mag mezelf bekritiseren. Meer en minder. Ik moet meer en minder zijn.

17.6.18

redelijk degelijk

een redelijk degelijke toekomst
ik geef je mijn hand
als jij 'm neemt
dan gaan we

een redelijk degelijke
deegdroge
bloemrijke
waterafstotende toekomst
de fantasie zal snel uitdrogen in de werkelijkheid

de wereld zal zich snel verplaatsen
naar daar waar ik niet ben
en dáár zal het mogelijk zijn:
al wat ik niet kan,
of doe

al wat ik laat
is je mijn hand echt te bieden

11.6.18

Een verloren verdediging van de mug.

Terwijl ik klaar zat, toetsenbord in de hand, om de verdediging van de mug te schrijven - de mug wacht immers tenminste tot wij slapen als het even kan, tot wij rustig zijn, om ons vervolgens zo onverstoord mogelijk leeg te zuigen - zoemden er plots twee muggen om mij heen, en de verdediging viel terstond. Een jacht en twee ongenadig genadeloze klappen verder zit ik hier weer rustig. Maar de mug verdedigen, nee, dat onzalige idee laat ik even uit mijn hoofd.