Ik ben het hoekje kleur op je palet dat vaak links ligt maar onmisbaar blijkt voor een uitgebalanceerd totaalplaatje.
Ik ben de europallet onderop de stapel: je komt er zelden mee in aanraking, maar uiteindelijk ligt de rest er toch een treetje hoger door.
Ik ben het vals plat in je koers: je eindzege stelt meer voor.
En als puntje bij paaltje komt, ben ik je nieuwe werknemer.
14.8.13
11.8.13
Nescio
De koele wind woei om ons heen. De zee ruischte klagend, de zee, die klaagt en weet niet waarom. De zee spoelt verdrietig aan 't land. Mijn gedachten zijn een zee, ze spoelen verdrietig aan hun grenzen.
Een nieuwe tijd zou aanbreken, nog konden wij groote dingen tot stand brengen. Ik deed mijn best 't te geloven, héél erg mijn best.
uit TITAANTJES
Een nieuwe tijd zou aanbreken, nog konden wij groote dingen tot stand brengen. Ik deed mijn best 't te geloven, héél erg mijn best.
uit TITAANTJES
Nescio
Hoyer had zich voorgenomen allerlei gemeene dingen te schilderen. In een tijdschrift had-i een artikel gelezen over de sociale taak van den kunstenaar, hij was er nu achter. Hij begon een dispuut met Bekker over de hei. Het was mirakel geleerd. Hij probeerde Bekker te overtuigen, dat 't verkeerd was zich af te zonderen van de wereld en naar die hei te gaan, waar-i toch nooit naar toe zou gaan. Een kunstenaar behoort te staan midden in 't moderne leven.
Van mij wilde Hoyer weten hoe ik er over dacht. Ik zei maar, dat ik er nooit over gedacht had. Ik begreep ook niet wat-i wilde, hij wist 't immers, waarom moest-i nu nog weten hoe ik er over dacht.
Alleen Bavink zei niets, hij zat met z'n kin op z'n knieën en ontving de zon in z'n hart. De zon was nu zoo plat als een suikerboon en dof rood, hij was bijna weg.
Hoyer kon er niet bij blijven zitten. Hij sprong op en nam Bekker mee. Zij wandelden langs 't strand, in de verte hoorden we Hoyer schreeuwen, blijkbaar wond-i zich op. Bavink en ik bleven nog even zitten, toen drentelden wij zachtjes achter hen aan. 't Leek me niets leuk een levensbeschouwing te hebben, Hoyer schreeuwde zoo.
uit TITAANTJES
4.8.13
26.7.13
Nescio
(...)Een portretje liet i mij zien; een grijnzend doodskopje, het dochtertje van een werkman uit een glasfabriek. Zeven kinderen gehad, vijf dood, het zesde stierf terwijl hij er in de kost lag, daar was dat portretje van. Daar hatti leeren kijken, gezien wat werken was. Geld uitgeven hatti altijd verdomde leuk gekund, anderen brachten 't op. Te sappel hatti zich gemaakt. Socialist had i willen worden. Voor z'n brood hatti gewerkt, voortgejaagd was i, voortgejaagd en gedrukt door menschen en de noodzakelijkheid zooals al die anderen. Nachten hatti gewerkt: om één, twee uur was i in Amsterdam van kantoor thuisgekomen en daarna hatti opgezeten, gepiekerd, gepend, heele romans hatti geschreven en de paperassen verbrand.
Wat kon i doen? Wat bereikten ze met hun allen? Te sappel hatti zich gemaakt, gloeiende speechen, woeste artikelen hatti gefantaseerd, terwijl i op kantoor zat en werkte voor den handel van zijn baas, hard werkte en iedereen zich verwonderde over de massa's werk, die i verstouwde. De wereld was blijven draaien, draaide precies zooals altijd, zou wel blijven draaien zonder hem. Te sappel had i zich gemaakt. Hij was nu wijzer. Hij trok er zijn handen van af. Er waren kooplui genoeg en schrijvers en praters en lui die zich te sappel maakten, meer dan genoeg.
En altijd zaten ze in angst ergens voor en hadden verdriet ergens over. Altijd waren ze bang ergens te laat te komen of van iemand een standje te krijgen, of zij kwamen niet thuis met hun tractement, of hun plee was verstopt, of ze hadden een zweertje, of hun Zondagsche pak begon te slijten, of de huur moest betaald worden; dit konden ze niet doen hierom en dàt moesten ze laten daarom. In zijn jongen tijd was i nog zoo dom niet geweest. Een sigaartje rooken, een beetje kletsen, wat rondkoekeloeren, je verheugen in het zonnetje als 't er was en in den regen als 't er niet was, en niet denken aan den dag van morgen, niets willen worden, niets te verlangen dan af en toe wat mooi weer.
Je kon 't niet volhouden. Dat wist i wel.
uit DE UITVRETER
12.7.13
vrij vormelijk
eenduidig
kan meer zeggendan enkelvoud wil verbloemen:
veelvuldig en onbesproken
blijft open buitenbereik
geen zin in voorschriften
geen zin
om iemand te beleren
of beletteren
een zin
voorgelezen uit eigen werk
wordt niet verstaan
als hun leven al omschreven is (door hen)
voorlezen uit eigen schrift
wordt niet ontcijferd
als hun hand
anders krult met lussen
om
zinnig voor te dragen uit eigen werk
moet de wil erg sterk zijn
een beetje blind voor andermens
-al is het maar een moment-
en men al enigszins voorschreven leven
dat
is niet
waarvoor letters
mij het
mooiste
toe
-
schijnen
9.6.13
men zage wel
vooral in de avond
ben ik ermaar dát zijn
mag best wat minder (sic)
men zegt immers
dat dat een mooie allegorische beschrijving isvoor achter dingen aanlopen
of tegen het einde zitten
of een laatste hand schudden
een beetje wuiven is dat eigenlijk
of een reflectief punt bereiken
met veel uitzicht naar achteren
en een mogelijkheid om dat laatste stukje voor het donker nog wat licht te maken
15.5.13
Quoting Quota going up
Quoting, or, citing, Moondog, on his 1969 album 'Moondog', the epigram prelude to Minisym #1:
the only one who knows the sums of words is just a token
is he who has a ton to tell
but must remain unspoken
is he who has a ton to tell
but must remain unspoken
4.5.13
modern commentaar
Langs de zijlijn
bewogen schimmen meemet de gedaantewissel
van het samenspel
in een oogopslag
was alles veranderdin een momentopname
stond naast de zijlijn het spel
dat gespeeld moest worden
door iedere onverlaat
met verlatingsangst
zij werden het veld opgedreven
met een kwast in de handom de zijlijn te herzien
23.4.13
de genen die
Voor al degenen die regelmatig gemakzuchtig met dat slappe riedeltje aan komen zetten over de genetische bepaaldheid van o.a. ons egoïstisch gedrag:
"As an organic system for processing information, the brain evolved to permit human beings to adapt to complex environments by acquiring new knowledge and developing new behaviour patterns, rather than adapting genetically to unstable environments through the slow process of natural selection."
Je kunt zelf de volgende stappen in deze prachtige gedachtegang naar imaginatieve hartelust invullen. Het citaat is afkomstig van S. Ryan Johansson, in 'The Brain's Software: The Natural Languages and Poetic Information Processing', gevonden in het boek(je) 'The Machine as Metaphor and Tool', ISBN 3-540-5516-0 / 0-387-55816-0.
"As an organic system for processing information, the brain evolved to permit human beings to adapt to complex environments by acquiring new knowledge and developing new behaviour patterns, rather than adapting genetically to unstable environments through the slow process of natural selection."
Je kunt zelf de volgende stappen in deze prachtige gedachtegang naar imaginatieve hartelust invullen. Het citaat is afkomstig van S. Ryan Johansson, in 'The Brain's Software: The Natural Languages and Poetic Information Processing', gevonden in het boek(je) 'The Machine as Metaphor and Tool', ISBN 3-540-5516-0 / 0-387-55816-0.
2.4.13
En zo ging de orale traditie de annalen in.
Een science fiction.
We hebben het nog redelijk lang volgehouden, deze toestand
van relatieve geweldloosheid. Maar het kostte tranen met tuiten, want we zagen
anderen lijden onder ons afweergeschut. Nu richten we dan eindelijk de pijlen
op onszelf, radeloos en natuurlijk geheel per ongeluk. Het is ook allemaal zo
complex geworden. We weten niet meer waar de ander begint of waar we zelf
ophouden door die voortschrijdende globalisatie. Soms lijkt het bijna één
pot nat. Maar voordat we juichend kunnen beginnen over het slagen van de
multiculturele assimilatie, blijkt de nattigheid een troebele, diffuse poel te
zijn. Ver van de oersoep staan we daar dan met onze gulzige pollepels. We
hadden het ook wel aan onze wateren kunnen voelen, dat tussen onze tenen
krioelde van de beestjes.
Nu praten we niet meer met elkaar maar tegen naarstig
gesloten deuren die stiekem, wellicht soms hoopvol ook, kieren. We luisteren
elkaar af en noteren wat we echt wilden horen. Verhalen worden gedistilleerd en
opgeslagen in grote vaten met borrelende soepen die allemaal oergezond zouden
moeten zijn. Het ware luisteren lijkt echter ver achter ons, en omkijken past
niet in de trend van het altijd-vooruit. Dus raken we elkaar met flarden
vertaalbaarheid, via media die nooit geheel de lading kunnen dekken van wat er te
zeggen zou kunnen zijn.
Ik leg mijn oor te luister en hoor het ruisen van de kachel,
zonder te beseffen dat de stemmen die hoorbaar zijn allang zijn opgenomen in de
wind die vanuit het noorden aan kwam
zetten en windstreken kiest à volonté. Niet dat zij iets te kiezen heeft, zij
waait ook maar wat. Dat maak ik op uit de onverstaanbaarheid: ik ben een
vertaler, of beschouw mezelf tenminste als zulks. Een bar slechte ook, want men
kan het niet leren uit boekjes, en alles dient toch geleerd te worden uit
boekjes. Nee, dat is niet waar. Zo traag als we kennis opslurpen die niet past
in de structuur van ons grote verhaal, zo voorzichtig, tastend en afwachtend
loop ik langs muren en leidraden waar ik mijn perspectief op kan botvieren.
Zonder aarzeling worden vervolgens knopen doorgehakt die even daarvoor nog door anderen met veel moeite gelegd
zijn. Zó een slechte vertaler ben ik. Maar voor de verandering gaan we nu een
knoop leggen die te mooi is om warmbloedig doorgehakt te kunnen worden. En dat
begint zo.
17.3.13
brick me de bek niet open
ik kijk om me heen en zie
muren wijken naar nog meer muren
en achter die muren het buurthuis van mijn verbeelding
dat schimmig staat
tussen de ijzeren wil van roestige metselaars
die uit mijn zijde kruipen en mij belagen, beschermen
muren wijken naar nog meer muren
en achter die muren het buurthuis van mijn verbeelding
dat schimmig staat
tussen de ijzeren wil van roestige metselaars
die uit mijn zijde kruipen en mij belagen, beschermen
Deel 3: De Kat in de Zak
Schrijver P. Drinstede was vergelijkbaar met een kat: zodra hij minder werd aangehaald, ging hij van de weeromstuit tegen iedereen mauwen.
Tijd Voor Nieuwe Kost
Ik raak er maar niet over uitgesproken: de woorden die ik blijf schrijven blijven woorden die wanhopig naar iets proberen te verwijzen dat ik met mijn maar al te woordelijk verstand maar niet binnen bereik lijk te krijgen - misschien is het er zelfs in de verste verte niet, maar is er slechts mijn wil om dat te creëren wat iets behoeftigs moet kunnen vullen. Maar wat? Wat, vraag ik je dan. Wat, zeg ik je dan. Wat! roep ik uit, boven elke vertwijfeling verheven dat er met herhaald en volumineus hameren een "dat" moet verschijnen. Het lijkt gaandeweg op een ritueel, op een herhaald gebed met het oog op verlossing, een wil tot zingeving waar ik het liefst direct afstand van zou willen nemen. Het stof blijft nu aan de vieze woorden kleven: een simpel blazen werkt niet meer.
6.3.13
plus twee
1
we hebben er twee zwanen bijin ons uitzicht op
vanuit het kader van rustiek rottend raamkozijn
ranken de halzen boven gemoedelijk geschuifel
2
en ik kijk met gedraaide nekhoe ze samen bijna het hartje vormen
dat de mens zo'n mooi gebaar vindt
maar voor hen niets betekent
3
de meerwaarde is er niet:de optelsom begint in het midden
en het gelijkheidsteken
behoeft geen aanwezigheid
1
we hebben twee zwanendie ons zicht op groen en blauw verrijken
en mijn gedachten mee uit wandelen nemen
ins Blaue hinein
28.2.13
end note
I hesitate,
and you are gone before I can finish my sentence. The words will never leave
you again, but you still leave us with words in these times. Your sentences
were never finished yet beautifully complete. If only for you, I'll hesitate
some longer, but then again I'll also leave unfinished sentences lying around more
often on unmarked strips of light, in an effort to speak out more.
What Kind
of Times Are These
There's a
place between two stands of trees where the grass grows uphill
and the old
revolutionary road breaks off into shadowsnear a meeting-house abandoned by the persecuted
who disappeared into those shadows.
I've walked
there picking mushrooms at the edge of dread, but don't be fooled
this isn't
a Russian poem, this is not somewhere else but here,our country moving closer to its own truth and dread,
its own ways of making people disappear.
I won't
tell you where the place is, the dark mesh of the woods
meeting the
unmarked strip of light—ghost-ridden crossroads, leafmold paradise:
I know already who wants to buy it, sell it, make it disappear.
And I won't
tell you where it is, so why do I tell you
anything?
Because you still listen, because in times like theseto have you listen at all, it's necessary
to talk about trees.
Adrienne
Rich, 1995
14.2.13
opmaat
Bezig
met mijn dagelijkse routine van "sta op en loop" produceer ik alvast
een keten van woorden ter voorbereiding op een dag van gezonde verbale diarree.
7.2.13
totzichopzicheninzichopnemen-eenuitzicht
Ik word vader zei de mens en stootte zichzelf van de troon
der vergetelheid
krabbend achter zijn oren keek hij verblijd naar de
groeiende moeder in spelopend over treden die stegen en daalden tegelijk golfde het leven
van opwinding tegen de dijken opgeworpen als zijn kunnen
en trad buiten de oevers om meer land te bevruchten en rulle grond
om te woelen en van stevigheid te voorzien
opdat er beter over gelopen kan worden en de veerkracht van wederzijdsheid
alleen maar toe zal nemen en uitwaaieren
samen met de voorziene onvoorspelbaarheid van alle dingen
die we zo mooi niet kunnen benoemen maar willen omarmen
een onbeschreven blad
Lang
geleden schreven mensen op papier dat nu nog bewaard wordt in rollen of
gebundeld in vellen tegen een rug die gebogen en stijf van het recht staan tegelijk is. Waarom
schrijf ik dit? Het kost toch geen papier dus het kan geen kwaad. Het zuigt
wel energie van de lezer, die er te laat achter komt dat dit nergens heen
gaat, en zijn of haar frustratie hieromtrent binnen een onbepaald tijdsbestek op iets
anders zal botvieren. Mijn welgemeende excuses aan dat andere iets. Zo gaan die dingen dus.
22.1.13
16.1.13
De heer Wolf
zette graag zijn tanden in een malse mensenbout,
maar alleen met uitdrukkelijke toestemming van de gebetene.
Vegetariër in 's heerenswil.
maar alleen met uitdrukkelijke toestemming van de gebetene.
Vegetariër in 's heerenswil.
5.1.13
workindistress - dec 2012
het wordt tijd om chocolade letters te kopen
en te gaan schrijven
ook dat later,
later, ookhoogste tijd
kruipt en sukkelt van het hellend vlak
bekaf van het gapennaderhand
die tijd kwam er bekaaid vanaf
-qua schrijven en letters dan-
maar de chocolade stroomde binnen
en vond haar weg zoals nu ook dat, wat later
en nog wat hoger op het hellend vlak
en wat meer in balans
blatend tegen de gaap
in pogingen wijsheid te verwoorden,
met zekerheid kruipt waarheen het niet anders gaan kan
Dat, waarvoor altijd ruimte is in het ongewisse.
26.11.12
geconstatipeerde femancipatie
In de toekomst kijkt men zo aan tegen de dan al lang breed draagvlak hebbende maatschappelijke oplossing van de seksen:
Waarom zouden we mannen castreren?
Dit is een vraag die soms gesteld wordt. Vaak is het
argument om de man niet te castreren: omdat het niet natuurlijk is. Dat het
zielig is voor de man om hem van zijn mannelijkheid te beroven. Maar, wat is natuurlijk?
Territorium
Normaal gesproken zou een man in het wild een territorium
hebben van ongeveer vijf hectare groot. Hier vallen het kernterritorium en het
leefgebied onder.
Kernterritorium
Het kernterritorium is de (kleine) plaats waar de man eet,
slaapt en speelt. Deze plek moet veilig en comfortabel zijn en wanneer nodig
ook privé. Hij moet zich terug kunnen trekken in zijn kernterritorium en rust
kunnen vinden zonder gestoord te worden door andere mensen.
Leefgebied
Het leefgebied is het gebied buiten het kernterritorium. De
wijdere omgeving wordt gebruikt voor de jacht, het afbakenen van grenzen en het
vinden van gewillige vrouwen. Het verdedigen van je territorium is voor deze mannen
heel belangrijk, want als je dit verliest dan betekent dat verlies van je
leefomgeving en moet je het elders zoeken.
In de maatschappij waarin we nu leven wonen vaak meerdere mannen
in één huis en bij de buren vaak ook. Dit betekent dat onze mannen worden
gedwongen om samen te leven op een voor de man veel te klein territorium. Mannen
zijn van nature solitair levende dieren en ze leven in het wild dus niet in
grote groepen samen. Hier zijn wel uitzonderingen in. Dit heeft te maken met de
aanwezigheid van genoeg voedsel voor de mannen waardoor ze niet hoeven te
jagen. Mannen kunnen zich gelukkig dus wel goed aanpassen als ze in groepen
leven, maar ondanks hun aanpassingsvermogen ontstaan er steeds meer
gedragsproblemen.
Terug naar de ongecastreerde man
Wat betekent het, als u of de buren een man hebben rondlopen
die niet gecastreerd is? Deze man zal met hand en tand zijn territorium
verdedigen. Het kan heel goed zijn dat hij goed met de buren door één deur kan
en dikke vriendjes is met de overburen, maar misschien niet met die man een
straat verderop.
Daarnaast zal hij vandaliseren ("taggen") om aan andere mannen duidelijk te
maken dat dit zijn territorium is. Misschien doet hij dat niet bij u thuis,
maar dan gebeurt het wel in de tuin van de rest van de buren en misschien zelfs
wel bij hun in huis wat natuurlijk helemaal niet prettig is. Ongecastreerde mannen
zullen bijna altijd gaan zwerven, ze zullen veel en vaak van huis weg zijn ("werken"),
ondanks dat ze toch vaak even binnen komen om te eten. Dit zwerven doen ze in
de hoop een leuke gewillige vrouw tegen te komen. Om zijn genen door te geven
zal de man met zo veel mogelijk vrouwen proberen te paren en hier zullen dus
veel ongewenste nakomelingen uit komen. Om ervoor te zorgen dat er niet nog
meer ''ongewenste'' baby's op de wereld komen, is het alleen al noodzaak om de man
te laten castreren. De drang om maar op zoek te zijn naar een leuke vrouw is
voor de man stressvol en vaak zijn deze mannen rusteloos.
De ongecastreerde man heeft: meer de neiging om weg te lopen
en daardoor meer kans op een ongeluk; vaker verwondingen (bijten en krabben)
door vechtpartijen; een hoger risico op besmettelijke ziektes zoals niesziekte,
FIP en HIV. Daarnaast zijn er de kosten van de bezoekjes aan de huisarts door
het oplopen van wonden en pijnlijke abcessen. Ook komt vergiftiging van mannen
voor door mensen die het niet fijn vinden dat er steeds in de tuin of het huis
getagd wordt. Al met al wel genoeg redenen om de man wel te laten castreren.
De beste leeftijd om de man te castreren is vanaf zes maanden tot ongeveer een
jaar.
(*even voor alle duidelijkheid: ja, ik heb deze tekst gescooped van de website van een dierenkliniek, en er wat lichte aanpassingen in aangebracht)
17.11.12
BEWARE: ZOOI
TO KEEP:
a promise
WATCH OUT:
finders keepers
de doelman bewaart de bal //
// er waart een geest rond tussen de woorden,
hij spreekt een andere taal,
of een dialect dat net raakt aan same old same old
maar dan wel buitenkant paal
(om wat samenhang in beeldspraak te behouden)
11.11.12
KIEM
hij drukte zichzelf uit
zoals men een stompkaars sust
/teder de vlam
tussen natte duim en wijsvinger
genomen en gesmoord
en doorschoten van een vonk
de sensatie van bijna-verbranden
zoals men een stompkaars sust
/teder de vlam
tussen natte duim en wijsvinger
genomen en gesmoord
trillend/een rilling
flakkerend, tegen het wakkere aanen doorschoten van een vonk
de sensatie van bijna-verbranden
Subscribe to:
Posts (Atom)

