"Zelfs in de rotstuin rond de
Mariagrot reikhalsden hun paarse uitlopers
naar het licht."*
*uit: Erwin Mortier, Marcel, 1999
15.2.12
een semantische simulatie van onbehhhaaglijk gekiviet
politiek
polikliekpolikliniek
polenkinetiek
poliokritiek
poloklapwiek
prrrr-woekiewoe
wakawakajawaka
podopopokikikoko
padapadaprrrmbamkaba
poltiekabam
zzziekzzziekalarm
3.2.12
citateretoe
Fictie? Reflectie? Zinloze onderverdelingsneigingen? Citaten uit een roman:
"Aan alle kanten rondom hem was het ego bezig zich in mechanische termen te herconcipiëren, maar overal liep het uit de hand. Dat ego praatte voortdurend over zichzelf, roerde nauwelijks een ander onderwerp aan. Er was een industrie van controleurs verrezen - medicijnmannen die als taak hadden het werk van de toch al medicijnmannige artsenstand te doen toenemen en er de gaten van op te vullen - voor het behandelen van de gedragsproblemen van het ego. Die industrie hanteerde als basismethode vooral de herdefinitie. Gebrek aan geluk werd omgedoopt tot lichamelijke ongezondheid, wanhoop tot een juiste stand van de ruggengraat. Geluk werd beter voedsel, een verstandiger oriëntering van het meubilair en een betere ademtechniek. Geluk werd egoïsme. Het stuurloze ego kreeg te horen dat het zijn eigen stuurmechanisme was en het ontwortelde ego diende in zichzelf te wortelen - terwijl het gewoon moest blijven doorbetalen aan de nieuwe gidsen, de cartografen van de [verikte wereld].
(...)
Ondanks al het gebeuzel, alle diagnoses en alle nieuwe bewustzijnstoestanden waren de krachtigste uitingen van dat nieuwe, veelvuldig geduide nationale ego volstrekt onduidelijk. Want het werkelijke probleem was niet de schade aan de machine, maar die aan het hunkerende hart, waarvan de taal verloren ging. Overmatige hartschade, daar ging het om, en niet om spiertonus, voedsel, feng-shui of karma, niet om goddeloosheid of God. Wat de mens tot gekwordens toe opfokte was de overmaat niet aan gemak maar aan gefrustreerde, verijdelde verwachtingen.
(...)
...een cruciale, genegeerde, onbeantwoorde en misschien onbeantwoordbare vraag, dezelfde luide, levensverbrijzelende vraag als hij zichzelf net had gesteld: is dat nou het leven? Is dat verdorie álles? Is dat alles? De mensen werden wakker en beseften dat hun leven niet van hen was. Hun lichaam hoorde hun niet toe, en niemands lichaam hoorde iemand toe.
Uit: Salman Rushdie, Woede, Uitgeverij Contact, pp 180, 181, 182
"Aan alle kanten rondom hem was het ego bezig zich in mechanische termen te herconcipiëren, maar overal liep het uit de hand. Dat ego praatte voortdurend over zichzelf, roerde nauwelijks een ander onderwerp aan. Er was een industrie van controleurs verrezen - medicijnmannen die als taak hadden het werk van de toch al medicijnmannige artsenstand te doen toenemen en er de gaten van op te vullen - voor het behandelen van de gedragsproblemen van het ego. Die industrie hanteerde als basismethode vooral de herdefinitie. Gebrek aan geluk werd omgedoopt tot lichamelijke ongezondheid, wanhoop tot een juiste stand van de ruggengraat. Geluk werd beter voedsel, een verstandiger oriëntering van het meubilair en een betere ademtechniek. Geluk werd egoïsme. Het stuurloze ego kreeg te horen dat het zijn eigen stuurmechanisme was en het ontwortelde ego diende in zichzelf te wortelen - terwijl het gewoon moest blijven doorbetalen aan de nieuwe gidsen, de cartografen van de [verikte wereld].
(...)
Ondanks al het gebeuzel, alle diagnoses en alle nieuwe bewustzijnstoestanden waren de krachtigste uitingen van dat nieuwe, veelvuldig geduide nationale ego volstrekt onduidelijk. Want het werkelijke probleem was niet de schade aan de machine, maar die aan het hunkerende hart, waarvan de taal verloren ging. Overmatige hartschade, daar ging het om, en niet om spiertonus, voedsel, feng-shui of karma, niet om goddeloosheid of God. Wat de mens tot gekwordens toe opfokte was de overmaat niet aan gemak maar aan gefrustreerde, verijdelde verwachtingen.
(...)
...een cruciale, genegeerde, onbeantwoorde en misschien onbeantwoordbare vraag, dezelfde luide, levensverbrijzelende vraag als hij zichzelf net had gesteld: is dat nou het leven? Is dat verdorie álles? Is dat alles? De mensen werden wakker en beseften dat hun leven niet van hen was. Hun lichaam hoorde hun niet toe, en niemands lichaam hoorde iemand toe.
Uit: Salman Rushdie, Woede, Uitgeverij Contact, pp 180, 181, 182
we ARE the farts, you asshole
The city is farting. Not particularly in my direction: the city is farting indiscriminately, in all directions. The smell clouds my thinking: is the city, then, an ass? A big gaping hole of stinking possibilities. Everyone is equal here. Shit. No, that's bullshit. There are curves in this smell-hole. Edges. Dark depths near the epicentre, epic centre. Climbing hills, steep walls and flat plains. Big, flat plains on this bloody ass. Oh my, what a stench. I cannot think clearly. Is the city farting? Or am I? Are we?
2.2.12
citatentijd weerom
Hoog tijd om weer een paar mooie denk(st)ers hier aan het woord te laten; eerst Susan Neiman die een sterk boek op de volgende manier prachtig afsluit:
"Van de geschiedenis van de filosofie leren betekent niet haar zonder onderscheid accepteren. Met behulp van haar inzicht kunnen we enig licht werpen op de onze. We kunnen niet op dezelfde stellingen terugvallen die eerder door de denkers van de Verlichting werden verdedigd, zelfs niet op die van haar modernste vertegenwoordigers. Misschien ligt de hoop niet in het beantwoorden van de vraag naar de zin van het leven, maar juist in het verwerpen van die vraag. Zin is een menselijke categorie, en moet door mensen worden veroverd. Een leven dat bij voorbaat al zinvol is zou geen echt leven zijn geweest. Tussen de volwassene die weet dat hij geen rede in de wereld zal ontdekken en het kind dat weigert de zoektocht op te geven, ligt het hele verschil tussen berusting en bescheidenheid."
Uit: Susan Neiman, Het Kwaad Denken, Uitgeverij Boom, p.346
"Van de geschiedenis van de filosofie leren betekent niet haar zonder onderscheid accepteren. Met behulp van haar inzicht kunnen we enig licht werpen op de onze. We kunnen niet op dezelfde stellingen terugvallen die eerder door de denkers van de Verlichting werden verdedigd, zelfs niet op die van haar modernste vertegenwoordigers. Misschien ligt de hoop niet in het beantwoorden van de vraag naar de zin van het leven, maar juist in het verwerpen van die vraag. Zin is een menselijke categorie, en moet door mensen worden veroverd. Een leven dat bij voorbaat al zinvol is zou geen echt leven zijn geweest. Tussen de volwassene die weet dat hij geen rede in de wereld zal ontdekken en het kind dat weigert de zoektocht op te geven, ligt het hele verschil tussen berusting en bescheidenheid."
Uit: Susan Neiman, Het Kwaad Denken, Uitgeverij Boom, p.346
31.1.12
27.1.12
Waar kijk ik naar, uit?
ik verwelkom jullie allemaal in de grote leegte
draai een rondje om mijn as
kijk je ogen uit
want aan kun je er toch niks mee
dus leg ze maar neer
op dat nachtkastje daar
en zeg:
voor wie niets hoeft
maar wie hoeft er nu niets?
voilà, ik heb de leegte weer
helemaal voor mezelf alleen
en draai een rondje om mijn assssssssssssssssssssss
draai een rondje om mijn as
kijk je ogen uit
want aan kun je er toch niks mee
dus leg ze maar neer
op dat nachtkastje daar
en zeg:
"Op sterk water kunnen ze misschien nog iets opleveren voor de toekomst."
maar in dit nu is de leegte
een grote troefvoor wie niets hoeft
maar wie hoeft er nu niets?
men begrijpt het niet
en keert zich afvoilà, ik heb de leegte weer
helemaal voor mezelf alleen
en draai een rondje om mijn assssssssssssssssssssss
24.1.12
HĒLMĀNOTH
ik ben geboren in de heilmaand;
zal ik dat met vreugde begroeten,het langs mijn zijde laten glijden,
of er geluk uit proberen te delven?
17.1.12
ik stotter door het leven
onzeker over de klanken die ik moet kiezen
sta ik stil
en neem een stapje terug
maar alles blijft dichtbij
sta ik stil
en neem een stapje terug
maar alles blijft dichtbij
ondergeregeld sonnet
zijn aarzeling bracht hem terug
naar het leven dat hij had geleid
zijn woordenschat
schatte hij in zonder zelfgenoegzaamheid
het ademen werd zwaarder
naarmate de lucht meer in zich droeg
zijn leven werd woordeloos omarmd door zorgen
en warm dat het was
naar het leven dat hij had geleid
zijn woordenschat
schatte hij in zonder zelfgenoegzaamheid
het ademen werd zwaarder
naarmate de lucht meer in zich droeg
zijn leven werd woordeloos omarmd door zorgen
en warm dat het was
11.1.12
Moderne Tegeltjeswijsheid
*****
***
*
Andere mensen proberen te helpen
***
*
Andere mensen proberen te helpen
is allemaal leuk en aardig,
maar doe dat gewoon in je vrije tijd.
*
***
***
*****
*met dank aan mijn eeuwige muze
31.12.11
Ik ben de onbewogen beweger
(een fragmentarische hineininterpretatie)
steun en twijfel
gaat en toeverlaat
uitgangspunt, nooit beweeg ik vanaf
verankerd, vast, niet losgaand -of laten
omdat ik niet wil uitzwenken naar een goddeloos bestaan
alles blijft en wij staan onbewogen door onder druk
zoals altijd iedereen circuleert
om eigen as
zo staat centraal het ik
dat zegt: beweeg naar mij toe
en roept en schreeuwt en ongehoord
beweging ontkent
en staat, als een beeld in een dynamische wereld
beeld-schoon genoeg?
steun en twijfel
gaat en toeverlaat
uitgangspunt, nooit beweeg ik vanaf
verankerd, vast, niet losgaand -of laten
omdat ik niet wil uitzwenken naar een goddeloos bestaan
alles blijft en wij staan onbewogen door onder druk
zoals altijd iedereen circuleert
om eigen as
zo staat centraal het ik
dat zegt: beweeg naar mij toe
en roept en schreeuwt en ongehoord
beweging ontkent
en staat, als een beeld in een dynamische wereld
beeld-schoon genoeg?
7.12.11
blijf ik erin?
ik houd zoveel van je
zie, ik wou 't je zeggen
maar ik kon het niet zeggen
want al wat ik zei was niets dat jou deed voelen wat ik voel
zie, ik houd zoveel van je
en dat blijf ik zeggen zoals ik het voel
maar misschien richt ik mezelf te gronde
al kan zo'n uitgeleide geen kwaad
want zie, ik houd zoveel van je dat de hemel verdwijnt
en er alleen grond overblijft om mijn hoofd in te steken
moet ik dan toch de rest van mijn leven gaan wroeten?
ik kan best tevreden zijn als onaf mens,
klaar om voor anderen te graven en bouwen
maar zie, ik houd zoveel van je
en als ik in je ogen kijk, zie ik wat ik mis
ik zou het je zo graag zeggen
nog eens, net als toen je mij omhelsde
en toen het leven mooi was en zonnestraalde
maar zie, ik kan je niet langer omhelzen zonder stortbuien
en grijze, grijze dagen
die als loden schoenen in mijn schoot liggen
maar zie, ik houd zoveel van je
dat ook die nieuwe omhelzing mij mooier toeschijnt dan geen omhelzing
zie, ik houd zoveel van je
zoveel houd ik van je
dat ik niet weet waar ik het leven moet vinden
nu jij mij er vrij in gevangen zet,
met mijn zelfgesmeden boeien
maar zie, ik houd zóveel van je
dat ik nog wel móet leven.
maar jij bent mijn leven
dus waar is dat houden dan?
waar is nu mijn houvast?
nu ik nog van je houd?
en om je ben?
en leef? en geef?
zie dan, ik houd zoveel van je
zoveel houd ik van je,
dat moet je zien,
en ergens zie je het ook maar zie ik jou niet meer
en zie, zoveel houd ik van je
dat ik niet meer kan zien, wil zien
als ik dat niet kan zien: jou, dichtbij tegen mij aan
onverwijld, onverpoosd en zo onveraf als onveraf maar zijn kan
zie, ik houd zoveel van je
dat ik woordenboeken ga herschrijven
omdat ik van je houd
en het nog niet goed kan zeggen
want ik wil dat je me hoort of hoorde wat ik zeg
of hoort wat ik zei
zie, je was en bent mijn liefde en mijn leven
en wat heb ik nu dan nog te geven behalve dat?
ik heb het toch al vergeven,
zoveel als ik van je houd.
ik wilde het je voor altijd zeggen
maar het lijkt dat ik dat niet kan.
dus schijn ik nu mij op jou
en zal altijd van je blijven houden
zo ver als de straal moet reizen om een straal te zijn
zo ver als ik moet gaan om te kunnen blijven houden
wat ik had, opdat ik niet volledig teniet word gedaan.
want wat ik wat was dat, zie, ik houd van je
ik houd van je ik houd van je ik houd van je
zie, ik wou 't je zeggen
maar ik kon het niet zeggen
want al wat ik zei was niets dat jou deed voelen wat ik voel
zie, ik houd zoveel van je
en dat blijf ik zeggen zoals ik het voel
maar misschien richt ik mezelf te gronde
al kan zo'n uitgeleide geen kwaad
want zie, ik houd zoveel van je dat de hemel verdwijnt
en er alleen grond overblijft om mijn hoofd in te steken
moet ik dan toch de rest van mijn leven gaan wroeten?
ik kan best tevreden zijn als onaf mens,
klaar om voor anderen te graven en bouwen
maar zie, ik houd zoveel van je
en als ik in je ogen kijk, zie ik wat ik mis
ik zou het je zo graag zeggen
nog eens, net als toen je mij omhelsde
en toen het leven mooi was en zonnestraalde
maar zie, ik kan je niet langer omhelzen zonder stortbuien
en grijze, grijze dagen
die als loden schoenen in mijn schoot liggen
maar zie, ik houd zoveel van je
dat ook die nieuwe omhelzing mij mooier toeschijnt dan geen omhelzing
zie, ik houd zoveel van je
zoveel houd ik van je
dat ik niet weet waar ik het leven moet vinden
nu jij mij er vrij in gevangen zet,
met mijn zelfgesmeden boeien
maar zie, ik houd zóveel van je
dat ik nog wel móet leven.
maar jij bent mijn leven
dus waar is dat houden dan?
waar is nu mijn houvast?
nu ik nog van je houd?
en om je ben?
en leef? en geef?
zie dan, ik houd zoveel van je
zoveel houd ik van je,
dat moet je zien,
en ergens zie je het ook maar zie ik jou niet meer
en zie, zoveel houd ik van je
dat ik niet meer kan zien, wil zien
als ik dat niet kan zien: jou, dichtbij tegen mij aan
onverwijld, onverpoosd en zo onveraf als onveraf maar zijn kan
zie, ik houd zoveel van je
dat ik woordenboeken ga herschrijven
omdat ik van je houd
en het nog niet goed kan zeggen
want ik wil dat je me hoort of hoorde wat ik zeg
of hoort wat ik zei
zie, je was en bent mijn liefde en mijn leven
en wat heb ik nu dan nog te geven behalve dat?
ik heb het toch al vergeven,
zoveel als ik van je houd.
ik wilde het je voor altijd zeggen
maar het lijkt dat ik dat niet kan.
dus schijn ik nu mij op jou
en zal altijd van je blijven houden
zo ver als de straal moet reizen om een straal te zijn
zo ver als ik moet gaan om te kunnen blijven houden
wat ik had, opdat ik niet volledig teniet word gedaan.
want wat ik wat was dat, zie, ik houd van je
ik houd van je ik houd van je ik houd van je
6.12.11
Quote of the Evening
"You have a strange power over people, Henry"
"It's my constant disapproval. Some find it fatherly."*
*from the movie 'The Extra Man' - approved and recommended
"It's my constant disapproval. Some find it fatherly."*
*from the movie 'The Extra Man' - approved and recommended
5.12.11
verblijd blijven
zonder jou: alleen leegte
om op te vullen met gemis
jij
van jou
en dankzij jou
is het mooiste dat me ooit is overkomen
daarom
op mijn knieën
dat we iets op kunnen bouwen
waar we allebei in kunnen zijn
een ruimte vol adem en leven
één ons, honderd procent
een wereld met liefde omgeven
geschapen, uit wie jij bent
ik wil één ding: alles jij
om op te vullen met gemis
jij
van jou
en dankzij jou
is het mooiste dat me ooit is overkomen
daarom
op mijn knieën
dat we iets op kunnen bouwen
waar we allebei in kunnen zijn
een ruimte vol adem en leven
één ons, honderd procent
een wereld met liefde omgeven
geschapen, uit wie jij bent
ik wil één ding: alles jij
26.11.11
Neutralisatie
24.11.11
Zeveren Over Jezelf
een levenskunst
die door een overmacht wordt verstaan
een verpletterende massa
aan janken en vloeken
is nog niet voldoende:
ik doe er een schepje bovenop
die door een overmacht wordt verstaan
een verpletterende massa
aan janken en vloeken
is nog niet voldoende:
ik doe er een schepje bovenop
15.11.11
VERDER
Verder leven wij best gezond
Wij letten op wat wij eten en keurende producten
Wij kijken naar de inhoud
van wat men ons levert, en kiezenweloverwogen
De verpakking, omslachtig
om elk ding verpakt, verdwijnt vervolgensmet een zwaai
naar de wereld
die uit zicht, verdwijnend, in onsbewustzijn verstikt.
4.11.11
Met interpunctie
Ik zie het leed: rond je neus tekenen lijnen zich af, en af en aan beweegt het leven als een dynamiek die steeds een beetje meer wegsnoept dan geeft; en toch geeft. En de naïviteit verdwijnt maar wordt herinnerd in de lijnen die iedereen ziet en steeds duidelijker herkent, op zichzelf betrekt. En zo, zo groeien we uit elkaar en isoleren ons van elkaar in medeleven voor elkaar en naar ieder ander, hoe naar kan het lopen. En zo ontstaat er een gedeeld lot en afzonderlijk einde tegelijkertijd. Blijven we elkaar zien?
zonder interpunctie
ik zie het leed rond je neus tekenen
lijnen zich af
en aan beweegt het leven
als een dynamiek die steeds
een beetje meer wegsnoept
dan geeft en de naïviteit
verdwijnt maar wordt herinnerd
in de lijnen die iedereen ziet en steeds duidelijker
herkent en op zichzelf betrekt
en en en zo groeien we uit elkaar en isoleren
in medeleven voor en naar
een gedeeld lot en afzonderlijk einde
blijven we elkaar zien
lijnen zich af
en aan beweegt het leven
als een dynamiek die steeds
een beetje meer wegsnoept
dan geeft en de naïviteit
verdwijnt maar wordt herinnerd
in de lijnen die iedereen ziet en steeds duidelijker
herkent en op zichzelf betrekt
en en en zo groeien we uit elkaar en isoleren
in medeleven voor en naar
een gedeeld lot en afzonderlijk einde
blijven we elkaar zien
20.10.11
17.10.11
Dennen 2
ik word rustig bij het zien
van de zon op de stammen
en de schaduwtekening
die beweegt met de trage klanken
van gelukzalige treurnis.
en ruiken, ruiken!
ruiken het leven
van de zon op de stammen
en de schaduwtekening
die beweegt met de trage klanken
van gelukzalige treurnis.
en ruiken, ruiken!
ruiken het leven
26.9.11
Creed - Never Die
In searching for substance
We're clouded by struggle's haze
Remember the meaning
Of playing out in the rain
We're clouded by struggle's haze
Remember the meaning
Of playing out in the rain
13.9.11
1.9.11
In The Works
Uit de pols
in het geheugen
schrijven woorden zichzelf
zoals de bluf zich herwint
na een witregel van stilte
en zegt:
zie ik wist het wel
en spanning
daar houdt men van
toch?
de twijfel was toch binnengeslopen
in diezelfde witregel
en laat zich
steeds zichtbaarder gelden
met een drang van heb ik jou daar
Dus vanuit het niets zeg ik nu: gaat allen luisteren
naar Abbey Lincoln.
in het geheugen
schrijven woorden zichzelf
zoals de bluf zich herwint
na een witregel van stilte
en zegt:
zie ik wist het wel
en spanning
daar houdt men van
toch?
de twijfel was toch binnengeslopen
in diezelfde witregel
en laat zich
steeds zichtbaarder gelden
met een drang van heb ik jou daar
Dus vanuit het niets zeg ik nu: gaat allen luisteren
naar Abbey Lincoln.
Subscribe to:
Posts (Atom)
